Alles chronologisch

  • Alliterariteiten

    Het ware wolge waterweer
    is knetter kater keltiseer
    om nimmer navel novinant
    te branden boven Bestenband

    Doch alder arme avondrood
    zal slochter slijmen soverdood
    Met drachter dominante dijm
    te razen rover rampenrijm

  • Geen cadeautje.

    Nog een paar dagen en dan wordt hij vijf jaar. Hij zit in zijn Bob de Bouwer en Knuffel fase. Alles krijgt een verwijzing naar Bob of Knuffel.
    “Hoe was het vandaag op school?”
    “Het was heel erg Bob de Bouwerachtig en Knuffel was er niet eens bij.”
    Het valt te raden wat hij voor zijn verjaardag wil.
    “Ga je straks mee naar de winkel?”
    “Alleen als Bob de Bouwer het dak heeft dichtgespijkerd. Enne mag Knuffel ook mee?”
    Toch wil ik het zeker weten.
    “Wat wil je nu eigenlijk voor je verjaardag?”
    Hij kijkt zijn hoogzwangere -bijna uitgerekende- moeder aan.
    Zijn gezicht betrekt. Je ziet hem denken.
    Dan schreeuwt hij in paniek:
    “Ik wíl géén baby voor mijn verjaardag!”

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie

  • Drempelvrees.

    “Kijk daar komt het pontje!”
    De regen valt met bakken en de wind waait stevig. Het bootje blijft verbazingwekkend stabiel op het water liggen.
    “Papa! Ik heb gezeild!”, roept hij nog voor hij van boord is. De rolstoel wordt op de steiger getild.
    “Ik zeil al heel lang, maar zelfs ik vond het heftig. Zo schuin! Maar voor hem kon het niet schuin genoeg.”, zegt zijn juf.
    We zagen behoorlijk op tegen dit schoolkamp van twee dagen. Varen alleen al en dan die storm erbij. Overnachten op een eilandje. Gelukkig ging het goed.
    Om op te warmen duiken we het café aan de overkant in.
    “Help, help ik val!”, schreeuwt hij als ik de rolstoel voorzichtig over de drempel duw.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie

  • Belastbare contacten.

    “Hoe is het met je keel? Je klinkt anders.”
    “Goed ma. De dokter heeft gezegd dat mijn oude stem nooit helemaal terugkomt.”
    De Moeder belt elke week minimaal drie keer. Ze heeft geen vaste dagen of uren waarop ze belt. Dat maakt haar interessant. Het kost me veel tijd, maar het levert ook meer op. Een goede intake is belangrijk én geloofwaardig overkomen.
    “Wanneer kom je weer eens langs meisje?”
    “Je weet dat ik het druk heb ma. Wacht, even mijn andere telefoon aannemen.”
    Terwijl ik soepel overga op de tweede inkomende lijn bedenk ik dat de rekeningen er weer uit moeten.
    Het blijkt een gat in de markt:
    “Belbegeleidingsdienst Dochterszaken:
    Wij spreken uw moeder alsof u het zelf bent.”

  • Uit de kast.

    In Januari liep op www.imazed.nl een schrijfwedstrijd. De terechte winnaar vind je hier.
    Hadeke heeft ook een verhaal ingezonden. Een verhaal van rond de 800 woorden.
    De opdracht was om een kort verhaal te schrijven met als thema Surpriseparty going wrong. Daarnaast moesten er drie items in voorkomen: koffiebonen, een treinkaartje en een opgevoerde scooter.
    De inzending van Hadeke staat hieronder. Het verhaal is ten opzichte van de inzending gewijzigd op een paar details.

    Uit de kast.

    De Baganda gebruiken het bij hun bloedbroederceremonie. De twee bonen uit de Robusta koffiebes. Ooit heb ik het in een oude encyclopedie gelezen en daarna heb ik er mijn eigen ceremonie omheen bedacht. De naam Robusta sprak mij meteen aan. Ook de gedachten aan bloedbroeders en een Afrikaanse bevolkingsgroep maakte een grote indruk. Pas later bedacht ik er de mannelijkheid bij. Twee bonen, dat lag voor de hand. Misschien was dat al een eerste aanwijzing.
    De ceremonie is vrij simpel. Er zijn een aantal belangrijke voorwaarden: het moet buiten donker zijn, er branden kaarsen, er is een speld, er zijn -bij gebrek aan koffiebessen- twee gebrandde koffiebonen en alleen mijn bloedbroeder en ikzelf zijn aanwezig. De speld wordt ontsmet in de kaarsvlam.
    Straks zal ik hem nogmaals uitvoeren met John. Twee volwassenen mannen.
    “Met deze speld open ik mijn innerlijk om het de kans te geven samen te vloeien met Paul, mijn bloedbroeder.”
    De woorden worden van een briefje gelezen. Nooit door mij. De spelden prikken gelijktijdig in de top van onze middelvinger. De langste vinger, de vinger met de meeste symboliek. Het bloed wordt eruit gedrukt.
    “Door deze boon in mijn bloed te dopen geef ik het de kracht om samen te vloeien met Paul, mijn bloedbroeder.”
    De herhaling is belangrijk. De bonen raken de druppels bloed.
    “Paul, mijn bloedbroeder, neem deze boon in je mond. Ik neem de jouwe in de mijne.”
    De bonen leggen we in elkaars mond. Lachen is strikt verboden.
    Daarna volgt het moment waar ik met een mengeling van angst en genot naar uitkijk. Het voorover buigen. Mond op mond en het uitwisselen van de bonen.
    Vier bloedbroeders hebben de ceremonie al eerder doorlopen, maar John is de belangrijkste.

    “Wij hebben geen poten in de familie! Als dat maar duidelijk is.”
    “Maar dat kan je toch nooit zeker weten?”
    “Jongen, een poot mag bij ons meteen zijn achternaam veranderen. Die is geen familie!”
    Duidelijke taal. En mijn vader spreek je niet tegen. Zijn pistool ligt onder het matras in een speciaal vakje van zijn bed. Hij is een crimineel. Zo simpel is het. Een goede, want hij heeft geld en hij blijft uit handen van de politie.
    “Treinreizen is voor losers.”, is één van zijn favoriete uitdrukkingen. Zo legt hij nadruk op het feit dat hij altijd met de auto gaat. Voor elke afstand buitenshuis.
    Ik kan wel reizen met de trein, ook al heeft vader dat vaak verboden. Mijn eerste treinkaartje bewaar ik in mijn portemonnee, als bewijs dat ik echt tegen hem in durf te gaan. Soms kijk ik er naar om mezelf moed te geven. Mijn vader heeft moorden op zijn geweten. Moed is dus niet overbodig als je tegen hem in wil gaan. Ik weet van mijn vaders activiteiten. Ook nu ik al niet meer thuis woon. Verraden zal ik hem niet. Ik ben zijn jongste zoon, zijn familie.
    “Waar gaan we zo snel heen vanavond?”, had de agent gevraagd.
    Mijn vader was woest.
    “Besef je wel hoe je mij in gevaar had kunnen brengen met deze actie! De politie! Met een scooter nog wel! Welke gek voert die nu op!”
    Ik dus. Gewoon de varioglijbus vervangen en de begrenzing is opgeheven. Na die actie keek ik wel uit om met de politie in aanraking te komen. De scooter ging weg en ik had een maand huisarrest. Zo bleef ik de brave borst die ik nu nog ben.
    Ik ben in het huis van mijn geliefde. Een man. John. Mama was gelukkig bij het gesprek van gisteren. Ik heb het treinkaartje het hele gesprek als steun in mijn hand gehouden.
    “Ja, ik heb een vriend en ik houd van hem. En pa, ik blijf familie.”
    Mijn vader had me vernietigend aangekeken en mij daarna tot in detail uitgehoord. Zijn slotwoorden waren:
    “Zoon, jij blijft familie!”

    En nu is het tijd voor een feest. We kunnen openlijk samen gaan wonen. De afgelopen dagen sliep ik in mijn eigen huis. Vandaag wordt het een surprisefeest. Ik heb een klein aantal vrienden uitgenodigd en tegen John -als smoes- gezegd dat we met zijn tweetjes uit eten gaan, als hij klaar is met werken. Het was een kort telefoongesprek, maar het maakte me blij. Ieder gesprek kan het laatste zijn. Daarom nemen we altijd uitvoerig afscheid.
    Nog voor het feest begint zal ik de bloedbroederceremonie met hem uitvoeren. Ik heb alle spullen meegenomen.
    Ik huppel de slaapkamer in waar in de kast nieuwe kleren van mij hangen. Vanavond wil ik er piekfijn uitzien.
    Ik open de kastdeur. John valt bovenop mij in een vreemde omhelzing. Hij voelt nog warm.
    Terwijl ik me woest schreeuwend onder zijn lijk vandaan worstel, begrijp ik de laatste woorden van mijn vader.