“Singel.”, denk ik als ik over het bevroren water kijk. Het brengt me terug naar mijn eerste 45 toeren plaatjes. De basis van mijn passie voor muziek.
Op de pick-up kon het toerental ingesteld worden op 33, 45 en 78 toeren. Het verschil tussen duivels lage klanken, goede muziek en Mickey Mouse gezang.
In de verschillende bandjes experimenteerden we er ook mee. Zoeken naar het beste tempo. Heel wat plekken hebben we bezocht in die bandtijd.
Het water is bevroren. Straks komen de feestvierders. Als ik een beetje doorschaats kan ik nog één rondje maken. De gedachte dat het kán is genoeg.
Ik kijk opzij. Ze staat naast me.
Mijn leven speelt zich af op precies het goede toerental.
Alles chronologisch
-
Volmaakte toeren.
-
hoge ogen
ik gooi mijn ogen hoog
en dub en dobbel in de verste verte
en terwijl ze vallen
in razend tempo
red ik mij
door mijn blik te haken
aan wat mij het naaste staatzo zie ik mezelf
met eigen ogen
door een anderen breng me tot mezelf
-
Alliterariteiten
Het ware wolge waterweer
is knetter kater keltiseer
om nimmer navel novinant
te branden boven BestenbandDoch alder arme avondrood
zal slochter slijmen soverdood
Met drachter dominante dijm
te razen rover rampenrijm -
Geen cadeautje.
Nog een paar dagen en dan wordt hij vijf jaar. Hij zit in zijn Bob de Bouwer en Knuffel fase. Alles krijgt een verwijzing naar Bob of Knuffel.
“Hoe was het vandaag op school?”
“Het was heel erg Bob de Bouwerachtig en Knuffel was er niet eens bij.”
Het valt te raden wat hij voor zijn verjaardag wil.
“Ga je straks mee naar de winkel?”
“Alleen als Bob de Bouwer het dak heeft dichtgespijkerd. Enne mag Knuffel ook mee?”
Toch wil ik het zeker weten.
“Wat wil je nu eigenlijk voor je verjaardag?”
Hij kijkt zijn hoogzwangere -bijna uitgerekende- moeder aan.
Zijn gezicht betrekt. Je ziet hem denken.
Dan schreeuwt hij in paniek:
“Ik wíl géén baby voor mijn verjaardag!” -
Drempelvrees.
“Kijk daar komt het pontje!”
De regen valt met bakken en de wind waait stevig. Het bootje blijft verbazingwekkend stabiel op het water liggen.
“Papa! Ik heb gezeild!”, roept hij nog voor hij van boord is. De rolstoel wordt op de steiger getild.
“Ik zeil al heel lang, maar zelfs ik vond het heftig. Zo schuin! Maar voor hem kon het niet schuin genoeg.”, zegt zijn juf.
We zagen behoorlijk op tegen dit schoolkamp van twee dagen. Varen alleen al en dan die storm erbij. Overnachten op een eilandje. Gelukkig ging het goed.
Om op te warmen duiken we het café aan de overkant in.
“Help, help ik val!”, schreeuwt hij als ik de rolstoel voorzichtig over de drempel duw.
