Sommige kinderen hebben een pop, anderen een beest als knuffel. Heel weinig kinderen hebben een hemd als knuffel en Borretje als klasgenoot.
“Zal ik eens flink in je neus knijpen?”, vraagt Borretje.
“Nee!”, zal je zeggen. Dat heeft geen zin, Borretje knijpt toch en roept:
“Je neus is al zo groot en nu wordt hij rood.”
En dan barst hij in lachen uit.
Borretje is geen leuke jongen.
“Wat een leuke jongen is die Borretje toch,” zegt juf Josefien en alle ouders knikken.
Borretje is tegen grote mensen altijd heel vriendelijk.
“Zal ik een kopje koffie voor u inschenken?” vraagt hij bijvoorbeeld. Of:
“Wat ziet u er weer leuk uit mevrouw.”
En ondertussen knijpt hij in je neus.
Soms komt hij bij je thuis eten, omdat je moeder dat zo leuk vindt.
Wat Borretje niet weet is dat jouw knuffel heel bijzonder is. Het is een hemd uit de diepe binnenlanden van Midden Azië.
“Kijk eens wat ik hier heb?” riep vader toen hij van vakantie terugkwam.
“Een krimphemd uit Rustandapi, met de hand gemaakt. Trek hem nooit aan! Geef hem wel heel veel liefde door hem flink te knuffelen.”
Borretje weet dit niet en staat op je kamer te kijken naar je bed.
“Wat ligt daar?”
“Mijn knuffel.”
“Dat is toch duidelijk een hemd man.”
“Het is een krimphemd en mijn knuffel. Trek hem niet aan!”
Dat moet je niet tegen Borretje zeggen.
“Geef hier dat hemd. Wat een onzin. Ik zal je laten zien dat krimphemden sprookjes zijn.”
Borretje trekt heel snel het hemd aan. Zo snel dat je niet eens de tijd hebt om “Stop!” te zeggen.
En het krimphemd werkt. Borretje kijkt eerst heel blij. Dan wordt hij kleiner en kleiner.
“Help!” roept hij.
Eerst met een gewoon stemmetje. Daarna met een heel hoog en zacht stemmetje.
“Help, help me dan!”
Daarna is Borretje stil.
De volgende dag is het plekje van Borretje in de klas leeg. De politie is nog steeds op zoek naar hem.
“Hij is om vijf uur naar huis gegaan.” had je aan je moeder verteld. Dat was heel gewoon, want Borretje gaat altijd om vijf uur naar huis. Maar jij weet precies waar Borretje is. Hij ligt bij jou in bed. Je zorgt goed voor hem. Hij krijgt koekkruimels en kleine slokjes appelsap. Borretje is heel aardig tegen je.
Sommige kinderen hebben een pop, anderen een beest als knuffel. Heel weinig kinderen hebben een pop met een hemd als knuffel. Een pop die heel veel op Borretje lijkt. En als je in zijn neus knijpt wordt die rood.
Alles chronologisch
-
Poppenstreken.
-
Doorkijkje.
“Zet je beste beentje voor. Zing het laag en luid in koor.”
We lopen in optocht door de gang van het ziekenhuis. Onze oudste zoon voorop. Hij is bijna drie jaar en liefhebber van de Disneyfilm Jungleboek. Als er mensen ons tegemoet lopen zwijgt hij, maar blijft doormarcheren. Ik voel me dan een beetje onhandig.
“Compagnie rechtsaf!”, roept hij bij de afslag naar de intensive care.
Zijn broertje ligt aan de meest geavanceerde apparatuur. De duimdikke en doorzichtige slangen zitten in de nek en pompen het gezuiverde bloed door het lijf.
“Ik zie bloed!”, zegt hij wat paniekerig.
“Ja, die gaan door de slangen.”, probeer ik uit te leggen.
“Nee.”, antwoordt hij en wijst naar een korstje op zijn wang. -
Dubbelloopje of Nog lang niet jarig.
De verjaardagskalender heeft een prominente plek op zijn WC. Een doorsnee toilet dus.
Mijn naam staat bij de juiste datum. Zijn naam prijkt ook op mijn kalender. Zo kennen we elkaar en helpen we elkaar als dat nodig is.
Verjaardagen vier ik liever niet, ik schenk er zo min mogelijk aandacht aan. Vandaar dat ik af en toe laat weten dat ik op 29 februari jarig ben. Dat moet ik één keer in de vier jaar rechtzetten. Ook dat weet hij.
Hij kan niet huppelen. Dat weet ik. We helpen elkaar.
Via twitter heb ik een vergunningvrij penvuur dubbelloops jachtgeweer van voor 1880 aangeschaft. De advertentie is geweigerd op Marktplaats, dus dat zegt genoeg.
Ik ga mijn vriend leren huppelen. -
Vogelode.
Opeens was ze daar. Ongeveer een jaar geleden, maar een exacte datum kan ik niet benoemen. Mijn kennis van vogels schiet totaal tekort. Een mus kan ze niet zijn. Waarschijnlijk een klein soort paradijsvogel. Duidelijk geen mannetje, daarvoor is ze te fijn gebekt.
Ik noem haar Wolfsvogel. Ze is dagelijks op jacht en haar buit deelt zij met velen. Onder andere met mij.
Ze hipt onverwachts tevoorschijn en fluistert me woorden toe. Veel mooie woorden van anderen, maar zeker ook van haarzelf. Ritmische klanken, die zoveel meer vertellen dan alleen wat er staat. Het lijkt voor mij geschreven, terwijl ik weet dat het anders ligt.
Zo geniet ik ervan om haar te volgen.
Probeer haar zelf ook eens te spotten! -
Binnenlopen.
“Hallo.”, groet hij iedereen die te lang naar hem of zijn rolstoel kijkt.
Hij wacht bij de accordeonist als ik een karretje pak.
We gaan de winkel in.
Meestal blijft hij bij het magazijn naast de flesseninname staan. Medewerkers lopen regelmatig heen en weer. Genoeg te zien.
Als ik alles heb gaan we richting de kassa.
Ik zet hem bij de uitgang naast de schuifdeuren. Ondertussen reken ik af.
Buiten staan de kinderen die wachten op mensen die spaarkaarten of -poppetjes weggeven. Zij mogen niet binnenkomen.
“Kijk eens jongetje voor jou.”, hoor ik iemand zeggen.
Ik zie dat meer mensen hem wat gegeven hebben. Hij zegt netjes dankjewel.
Het is oneerlijke concurentie. Ik zeg maar niet dat hij niets spaart.
