Categorie: Dementie

  • Uitzitten

    Je zit op bed en staart, je ogen koud,
    alsof je niets meer hebt om uit te kijken,
    de uren onveranderd zo verstrijken,
    dat er geen plek meer is voor nieuw of oud.

    Ik zie je lichaam langzaam minder lijken
    op wat zich hier in jou verscholen houdt.
    Soms wordt een lach zorgvuldig opgebouwd
    als wij opeens voor jou bekenden blijken.

    De wereld is allang jouw wereld niet.
    Je vraagt opnieuw waarop je zit te wachten
    en ik weet niet hoe jij jezelf nu ziet.

    Ik slik mijn woorden weg, jij spaart je krachten,
    terwijl ons samenzijn geen houvast biedt:
    we blijven hier nog, in elkaars gedachten.

  • Herbergen

    Sokken, broeken, ondergoed
    toiletgerei en de gedachten
    die zo lastig en lastiger.
    Waar ben ik en wat doe ik hier?

    Het bed lijkt hier wel alleen
    voor mij, waar is de douche?
    Wie is die vreemde vrouw,
    wat doet mijn dochter hier?

    Sokken, broeken, ondergoed,
    een blouse en schoenen.
    Moet opstaan, ben te moe
    en weet niet: wat doe ik hier?

    Slapen wil ik, slapen maar
    daar is ze dan toch en kijkt
    wat angstig, ben ik ziek en
    zeg me dan: wat doe jij hier?

    Sokken, broeken, ondergoed,
    hoe kregen zij hun plek en
    hoe ben ik en hoe dan hoe?
    Blijf jij blijven, blijf jij hier?

    Gordijnen open en de wereld
    schijnt mij anders, het licht
    valt breekbaar op mij aan.
    Waar ben ik, waar ben ik hier?

  • Verjongen

    Mijn vader eet zijn leven op.
    Hij hapt de gaten uit het heden
    en knabbelt langzaam aan verleden,
    strooit koffie in zijn koffiekop.

    Zijn vel zakt van zijn wangen af:
    de tijd verglijdt al voor het eten.
    Alleen zijn jeugd lijkt niet vergeten
    en wat hem daarin vreugde gaf.

    En met ‘die vrouw daar’ maakt hij ruzie,
    de man die nooit eens ruzie had:
    hij trekt in argwaan zijn conclusie.

    Ik weet, steeds korter wordt zijn pad.
    Zo leeft hij nu nog als illusie:
    Die jongen waar mijn vader zat.

  • Retour afzender

    Door de brievenbus waar ik
    voorzichtig op mijn leven terugkijk,
    vliegen de herinneringen retour
    van nieuw naar oud en zo
    verlies ik langzaamaan de man
    die mij uit verleden naar het heden
    heeft gevormd. Ik raak verloren
    in de afstand tot mijn jeugd.

    Zal hij straks mijn naam nog weten,
    zal ik straks nog wezen wie ik was,
    als wij in zijn verhalen stil vervagen,
    als hij bij leven steeds meer
    uit de tijd verglijdt – en ik
    die brievenbus maar niet
    gesloten krijg?