Alles chronologisch

  • Niet huilen.

    Het is een mooie dag om geboren te worden. Hartje zomer. Heerlijke temperatuur.
    De kinderkamer is nog niet helemaal op orde, maar dat geeft niet. De baby mag straks op onze kamer blijven. Alles gaat voorspoedig.
    ‘Kom nu meteen maar,’ had ik tegen de verloskundige gezegd.
    Bij de eerste ging alles ook sneller dan de beschrijvingen uit de boekjes. Die moest uiteindelijk met de vacuümpomp gehaald worden in het ziekenhuis. Dit wordt een thuisbevalling.
    Dan is het zover. Ik sta er wat hulpeloos bij.
    ‘Kijk jij maar wat het geslacht is.’
    Een jongen.
    In stilte mag ik de navelstreng doorknippen. Dan gaat het snel. De emoties zitten hoog, maar niemand huilt.
    Niemand.
    ‘Bel 112,’ zegt de verloskundige tegen mij.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie

  • Dichten.

    Ik dicht met stift en nagellak

    de gaten in mijn panty.

  • Levende woorden.

    Voor haar is het beter om niet te drinken en ik moet nog dronken worden. De tuin grenst aan het bos. Er brandt een vuurtje, de muziek staat hard, maar we kunnen elkaar wel spreken. Het is druk en toch zijn wij even de enige op het feestje.
    “O Krinklende winklende waterding..”
    “…hun hoge hoeden weer op het hoofd/ men versta mij wel…”
    Om beurten zetten we een gedicht in. Ik kom niet verder dan flarden. Zij haalt hele gedichten aan. Als ik er niet uitkom breng ik mijn eigen variatie.
    Ons lachen gaat over in haar hoestbui. Ze is de moeder van het feestvarken.
    Bij een gedicht denk ik vaak aan haar. Zo blijf ze in gedichten altijd leven.

  • Optreden.

    Als ik snel loop kunnen we nog mee. Toch houd ik mijn pas in. De deur van de lift gaat weer open, omdat er een hand tussen gehouden wordt. Ik duw de rolstoel naar binnen.
    ‘Hoe vond je de muziek?,’ vraagt de man.
    Hij kijkt staand mijn zoon recht in de ogen. Dan volgt het onvermijdelijke.
    ‘Hee, wat ben jij een klein mannetje!’ schreeuwt hij met een vrolijke stem, ‘Zo klein heb ik ze nog nooit gezien!’
    Ik probeer niet te blozen. Hoe ga ik hiermee om?
    ‘Die meneer stelde je een vraag hoor.’
    ‘Ja, dat kleine mannetje vroeg of de muziek leuk was! Ik heb ontzettend genoten!’
    Ik voel me in die kleine ruimte degene met de grootste beperking.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie

  • Uit de hoek komen.

    “Wat is een inwoner met jeuk?”
    Hij zit op zijn vaste plek op de bank. In de hoek.
    De televisie staat aan en eigenlijk kijkt hij alweer te lang. Net als bij zijn  broer en  zus is het kijken naar de televisie soms een grote uitkomst.
    De ene keer kijkt hij doodstil. De andere keer lijkt zijn hele lijf mee te kijken. Hij herhaalt zinnen, beschrijft situaties en lacht luidkeels om de grappige scènes. Hij heeft zijn eigen humor. Soms ligt hij totaal in een deuk om iets waar wij de grap niet van zien.
    “Wat is een inwoner met jeuheuk!?”, zegt hij dwingend.
    De TV geeft bijna direct antwoord.
    “Hier is uw krabburger!”, schalt Spongebob Squarepants door de huiskamer.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie