“Wat is een inwoner met jeuk?”
Hij zit op zijn vaste plek op de bank. In de hoek.
De televisie staat aan en eigenlijk kijkt hij alweer te lang. Net als bij zijn broer en zus is het kijken naar de televisie soms een grote uitkomst.
De ene keer kijkt hij doodstil. De andere keer lijkt zijn hele lijf mee te kijken. Hij herhaalt zinnen, beschrijft situaties en lacht luidkeels om de grappige scènes. Hij heeft zijn eigen humor. Soms ligt hij totaal in een deuk om iets waar wij de grap niet van zien.
“Wat is een inwoner met jeuheuk!?”, zegt hij dwingend.
De TV geeft bijna direct antwoord.
“Hier is uw krabburger!”, schalt Spongebob Squarepants door de huiskamer.
Alles chronologisch
-
Uit de hoek komen.
-
Voor de bakker.
Twee volgeladen tassen in mijn linkerhand en de duwstang in mijn rechterhand. Zoals vaker heb ik mijn boodschappenlijst qua gewicht verkeerd ingeschat. Het loopt lastig.
Bij de bakker staan ze al klaar bij de deur. We komen hier elke zaterdag.
“We gaan hier nog twee broden halen en dan naar huis.”
Uit gewoonte benoem ik alle acties.
Ik maak de draai en de rolstoel zakt plotseling naar beneden. De as van het linkerwiel is gebroken. Even is het stil. Twee vrouwen schieten te hulp. De deur van de bakker gaat open.
“We hadden nooit naar de bakker moeten gaan!”, schreeuwt hij. Gillen, snikken en onverstaanbare zinnen. En allemaal lieve mensen die hem wat lekkers willen geven.
Kon hij maar eten. -
Dikke vrienden (in Sinterklaasrijm)
In het land ver achter Jibber
Aan de oever van de Bibber
Liep ik fluitend met hen mee
Ze waren met zijn tweeZe hadden voor het leven
Vriendschap aan elkaar gegeven
Dus twee vrienden en dan ik
We waren zeldzaam in ons schikToen stuitten we rond het middaguur
Op een metershoge muur
Een smalle weg slechts er doorheen
Een spleet van weggevallen steenEén voor één zo moest het gaan
Ik vrijwillig ging vooraan
Maar voor die nauwe gang
Kwam hun vriendschap in ’t gedrangTwee tezamen, niet alleen
Naast elkander of geen één
Vriendschap bleek een zware last
En al spoedig zat men vastZo trok ik verder voort
Van hen heb ik nooit meer iets gehoord
En bij wijze van moraal zeg ik
Maak uw vriendschap niet te dik -
Eeuwig sonde.
“Eigenlijk heb ik niet veel vrienden.
Als ik er over nadenk: ik heb sowieso geen enkele vriend.
En nu wil ik Brandweerman Sam kijken.”
Hij zit in de hoek van de bank en wordt ondersteund door kussens.
De sondepomp gaat al twee jaar mee. Je hoort de slagen slaan. Zo lijkt hij met twee harten te leven. Hij krijgt aangepaste melk waar alle belangrijke voedingsstoffen inzitten. Soms eet hij helemaal zelf wat aarbeienkwark zonder stukjes.
Als hij plezier heeft stuitert zijn lichaam bijna van de bank. Hij heeft vaak plezier. Straks gaan we auto’s kijken. Ik vanaf het bankje en hij vanaf zijn driewieler.
Hij is acht en heeft geen vrienden en dat lijkt mij harder te raken dan hem. -
Nieuw stukje op 120w.nl
Vandaag is er een nieuw verhaaltje van 120 woorden verschenen op de site 120w.nl. Lees het hier: http://120w.nl/schrijvers/Hadeke/
