‘Geachte familieleden, ik wil dit moment gebruiken om jullie een verhaal te vertellen.’
Wij beginnen aan het paasontbijt. Hij zit bij ons, maar eet niet mee.
‘Er was eens koning met heel weinig geld. Hij had niet eens genoeg geld voor een nieuw paleis. Zijn kasteel was nog kleiner dan het kleinste nageltje op je vinger.’
De woorden en de verhaallijn zijn onnavolgbaar.
‘Hij wilde graag een kind en ook,’ zijn stem daalt naar fluisteren, ‘een vrouw.’
Er volgt een tocht naar een wens-poort, toverkoe en uiteindelijk een prinses.
‘Ook zij had geen geld. Ze trouwden en leefden nog lang en gelukkig. Einde.’
‘Maar dan zijn ze nog steeds arm,’ reageren wij.
‘Nee hoor, ze kregen geld als huwelijkscadeau.’
-
Rijk verhaal
-
Eindeloos
‘Mag ik TV kijken?’
Er is de afgelopen weken te veel naar de televisie gekeken. Na een aanrijding kan ik weinig betekenen in ons gezinsleven. Daarom is er ook voor hem niet zoveel aandacht als gebruikelijk. We kiezen snel voor de gemakkelijke optie. Dat moeten we weer terugdraaien.
‘Nee, vanaf vijf uur mag de televisie aan.’
‘Maar dat duurt zo lang.’
‘Zal ik je dan voorlezen?’
Voorlezen kan ik inmiddels weer wel.
‘Vooruit dan maar.’
We lezen de Gruwelijke Rijmen van Roald Dahl. We hebben er veel plezier in. Het zijn bizarre rijmbewerkingen van sprookjesverhalen.
‘Ho, stop, wacht even,’ onderbreekt hij me halverwege een verhaal.
‘Het is TV-tijd.’
Inderdaad, op de minuut precies. Het verhaal wordt niet meer uitgelezen.
-
Beleven
‘Nee! Haal weg! Dit kan ik niet zien!’
Hij rolt schreeuwend mijn ziekenhuiskamer in met zijn vingers in zijn oren. Een ruggenprik houdt de pijn weg bij mijn gebroken ribben en pillen dempen de pijn van mijn gebroken sleutelbeen en schouderblad. Hij staart onafgebroken naar de korst op mijn gezicht. Eigenlijk is die wond het minst zware van de gevolgen die ik heb opgelopen, maar de plek is opengegaan waardoor zich een korst op de korst heeft gevormd.
‘Als je hem niet wil zien moet je toch je handen voor je ogen houden en niet je vingers in je oren?’ zeg ik.
Meteen geeft hij gevolg aan mijn opmerking. Ook bij de volgende bezoeken komt hij met afgesloten ogen binnen.
-
Onbreekbaar
‘Oohh, hier heb ik zo naar uitgekeken,’ verzucht hij terwijl hij ons busje wordt uitgereden.
Tenminste, dat bericht krijg ik van mijn vriendin via de mobiele telefoon. Zij laat me ook weten dat hij zich netjes aan het team mensen in de operatiekamer voorstelde voordat hij in slaap werd gebracht.
‘Dokter bedankt dat u ook hier bent,’ kreeg de revalidatiearts van zijn school te horen.
Er wordt, onder narcose, Botox in zijn hamstrings gespoten. Over twee weken worden zijn benen beurtelings gegipst, om de spieren op te rekken.
De berichtjes vliegen heen en weer over de telefoon.
Ik lig in een ander ziekenhuis op te knappen van een aanrijding.
Zijn moeder draagt gelukkig al jaren haar onzichtbare cape van supervrouw.
-
Net als in de film
‘Goede reis!’ roepen we de visite na.
‘Rij voorzichtig!’ hoor ik van drie huizen verderop.
‘Hallo buurman, gefeliciteerd,’ zeg ik.
‘Dankjewel, kom nog even een biertje pakken.’
Waarom niet. Wij hadden ook een feestje, de kinderen liggen op bed en slapen als een roos.
‘Eerst de pomp aansluiten en dan komen we,’ besluit mijn vriendin.
Bij de buurman is het nog gezellig druk. Anderhalf uur is snel voorbij. Vlug ga ik naar huis, omdat de pomp wel klaar zal zijn.
Inderdaad.
‘Papa! Is daar iemand! Hallo!’
Hij is wakker geworden en totaal in paniek.
Meteen heb ik spijt van onze keuze.
Ook de nachten daarna blijft hij roepen, om – als ik binnenkom – te zeggen:
‘Ben ik echt niet Home Alone?’