Bijna non-fictie


  • Vakantie boeken

    ‘Kijk,’ zegt de gids en hij wijst naar een rugvin, ‘een dolfijn.’
    De kapitein stuurt het vaartuig bij en schakelt daarna de motor uit. Zo drijven we op de grens van de Everglades en de Golf van Mexico, met een zwemmende dolfijn om ons heen.
    Het is midden in de zomer, bepaald geen hoogseizoen in dit natuurgebied. Wij zijn de enige passagiers op de boot.
    Vier van ons lopen rond, hangen over de reling en wijzen elkaar de mooiste dingen aan.
    Hij zit in het midden. In zijn rolstoel.
    ‘Kijk een dolfijn,’ zeg ik tegen hem.
    Net als eerder, met:
    ‘Een zeekoe!’
    Of:
    ‘Zie je die bomen?’
    Hij leest. Vandaag wil hij zijn boek uit hebben. En ja, dat lukt.


  • Samenspelers

    ‘Wat zegt Peer nou?’ klinkt zijn stem luid door de knusse voorstellingsruimte.
    ‘Dat we dit stukje beter moeten regiseren. Nu lijkt het te gespeeld.’
    Zijn enthousiaste commentaar heeft ons al eetbonnen voor de Koekenpannenboot opgeleverd. Bonnen voor mensen uit het publiek die het leukste meedoen.
    ‘Wie wil er mee dansen?’
    Meteen gaat zijn hand omhoog. Zijn moeder moet hem wel van achter vasthouden, anders kan hij de danspassen niet maken. Hij doet volop mee. En hij niet alleen. Ook zijn zusje zingt mee en zelfs ik ontkom niet aan de vrolijke noten van het duo. Sterker, ik lach me suf bij een kindervoorstelling. De hele zaal doet mee.
    Bij kindertheater en -muziek vallen leeftijdsverschillen weg. Ik zag er geen beperkingen.

     

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie.

    Link naar de uitvoerders op het podium: Trapperdetrap


  • Rondkomen

    ‘Zal ik helpen?’
    ‘Nee hoor, ik kan het zelf wel.’
    Hij slaat alle aangeboden hulp resoluut af en zwoegt met net iets te zachte banden over een net iets te hobbelige stoep dapper voort. Niet alleen zijn zusje van vijf jaar haalt hem meerdere keren in. Soms houden wat leerlingen in om te kijken of ze toch kunnen helpen duwen.
    ‘Nee, het hoeft echt, heus niet.’
    Zijn moeder staat langs het parcours.
    ‘Hee mama! Kijk mij eens!’
    De reguliere school waar hij op woensdagochtend heen gaat heeft een sponsorloop.
    Hij haalt iets meer dan drie rondjes op eigen kracht, zijn zusje twintig.
    Ik ben trots op hem, zijn zusje en de school die het aandurft hem deze plek te bieden.

     

    ‘Bijsluiter’ bijna non-fictie.


  • Foon home

    ‘Hallo, is daar iemand? Papa, mama, horen jullie mij?’
    Vlak na het naar bed gaan begint hij al te roepen. Hij voelt zich ‘Home alone’ en niets lijkt te helpen om hem van die gedachte af te helpen. ’s Nachts herhaalt het ritueel zich drie keer. Steeds weer naar hem toe lopen en rustig uitleggen dat we allemaal thuis zijn, helpt niet en vanuit ons eigen bed geërgerd roepen dat hij nu eindelijk eens moet ophouden helpt al helemaal niet.
    Dus proberen we weer wat nieuws.
    ‘Hallo, over. Je bent niet alleen,’ zeg ik door de babyfoon.
    Dat werkt goed. Al een paar keer. Voor hem.
    ‘Papa, ik hoor een gekke stem hierboven!’ gilt zijn zusje plots overstuur en wakkergeschrokken.

     

    Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Besmettingsbehoefte

    De afdeling Neonatologie kent een lichte overdruk, daardoor stroomt de lucht altijd naar buiten toe. Bij de gootsteen hangt een uitgebreide instructie hoe men de handen moet wassen. Door een zwengel met de elleboog te bewegen, wordt de kraan bediend.
    De zaal is opgesplitst. Een grotere ruimte met vooral couveuses en een wat kleinere ruimte om te opereren. Wit, steriel en kil.
    Ouders zijn op ieder uur van de dag welkom.
    Er ligt een zuigeling aan de hart-longmachine.
    Hij ligt tussen de piepjes, de monitoren, de infuuslijnen, de mechanische beademing en de doorzichtige canules waardoor bloed via de machine van en naar zijn lichaam gepompt wordt. Twee dagen oud.
    Voorzichtig pak ik zijn knuistje.
    Zo infecteren we elkaar met levenslust.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie
    Dit verhaal verscheen eerder op 120w.nl naar aanleiding van het thema ‘Steriel’.