Bijna non-fictie


  • Binnen de kaders

    ‘Papa, ik ben moe.’
    ‘Kan je niet eens vertellen hoe het op school was?’
    ‘Nee,’ zucht hij theatraal, ‘ik kan niet eens meer denken.’
    Om 17.00 uur mag normaal gesproken de televisie aan, dat is over een kwartier. Het is duidelijk dat hij totaal afgepeigerd is. Ik besluit de rolstoel toch voor het beeldscherm te zetten.
    ‘Papa, zoek jij een zender? Ik ben echt veel te moe.’
    Vorig schooljaar was dat anders, toen had hij veel meer energie. We wilden zelfs naschoolse activiteiten opstarten.
    Dat zal voorlopig niet gaan. De nieuwe taxi haalt hem om 7.15 uur op, om 6.15 uur gaat de sondevoeding aan en hij is niet voor 16.30 uur thuis. Helemaal binnen de richtlijnen voor het leerlingvervoer.

    Bijsluiter Bijna non-fictie.


  • Doorzien

    Nog een paar dagen, dan is ze jarig en dat laat ze merken.
    ‘Ik ben al bijna vijf hoor.’
    Vrijwel meteen had ze een vakantievriendinnetje gevonden.
    ‘En Ellen heeft een zusje en dat zusje is gehandicapt.’
    Ze zegt het met grote ogen, op een serieuze toon en met nadruk op gehandicapt.
    ‘Die zit in een rolstoel en kan niet eten en niet praten. Ik heb een tekening voor haar gemaakt.’
    De link met haar broer lijkt ze niet te leggen.

    ‘Mag ik de rolstoel duwen?’ vraagt ze de volgende dag in het toeristenplaatsje.
    ‘Weet je, jij bent ook gehandicapt’, vervolgt ze wijsneuzerig tegen haar broer.
    ‘Ja hoor. Weet ik’, antwoordt hij wat verveeld.

    Jammer, dat zij het nu ook weet.

    Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Suikeroom

    ‘Zou jij eigenlijk kinderen willen?’
    Vandaag is hij tien jaar geworden, we zitten in de tent na te genieten. Er was zelfs bezoek op zijn verjaardag, omdat we deze vakantie in Nederland zijn gebleven.
    ‘Als jij geen kinderen krijgt ben ik de enige die via papa’s opa onze achternaam door kan geven.’
    Zijn broer van twaalf heeft uitgebreid wat familiezaken met mijn ouders doorgenomen. Zelf vind ik de vraag wat voorbarig, toch ben ik benieuwd naar zijn antwoord.
    ‘Nee, natuurlijk krijg ik geen kinderen’, roept hij luid terwijl zijn armen van plezier rondmaaien.
    ‘Waarom niet?’ vraagt zijn broer.
    Hij stopt met rondmaaien, trekt een serieus gezicht en antwoordt:
    ‘Ik ga met Oom Dagobert trouwen en die vindt kinderen te duur.’

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Papagaaitje leef je nog

    Het is bijna zomervakantie en iedereen in huis is moe. Je merkt het aan het getreuzel van de kinderen, de grappen die net te lang doorgaan en aan de korzeligheden van de ouders.
    ‘Ik wil mijn knuffel.’
    ‘Hij stoort, de TV stoort!’
    ‘Is Bob de Bouwer al geweest?’
    Ook hij is moe en klampt zich vast aan de eindeloze zinsherhalingen, waarvan ik weet dat hij daar zijn gevoel voor veiligheid vandaan haalt. Toch word ik er soms helemaal dol van. Rust, reinheid en regelmaat. Hier niet.
    Gelukkig hebben we als ouders een avond rust en kunnen een film kijken. De kinderen liggen in bed.
    Even hapert het beeld.
    ‘Hij stoort, hij stoort’, roepen we gelijktijdig.
    We lachen er maar om.




    Bijsluiter Bijna non-fictie


  • Tonen

    Bij de ingang van de dierentuin staat de fanfare in vol ornaat te spelen.
    ‘Juffrouw, hier zit ik!’ roept hij enthousiast heen en weer zwaaiend naar zijn leerkracht van vorig jaar.
    De dierentuin bestaat vijfenzestig jaar, de fanfare vijfentachtig jaar. De muzikanten mogen gratis naar binnen in ruil voor een optreden. De juf zwaait met een paar vingers naar hem, terwijl ze vrolijk doorspeelt.
    Verderop zit het opleidingsorkest, daarin speelt zijn twaalfjarige broer. We luisteren naar een nummer, daarna rijd ik hem naar achter.
    Tussen twee nummers in ziet hij zijn broer.
    ‘Hallo broer van mij! Kijk eens hierheen!’
    Alle orkestleden draaien zich lachend naar hem om. Op één na, die zwaait vluchtig en kijkt meteen weer naar de dirigent.

     

     

    Bijsluiter Bijna non-fictie