Bijna non-fictie


  • Voorkomen

    Vijfentachtig euro aan griffiekosten binnen veertien dagen over te maken, is het geprinte antwoord op de flink gevulde dossier enveloppe die ik aan het kantongerecht heb gestuurd.

    We hebben onze zoon gedaagd. Hij heeft het amper door.

    ‘Ja, hoor. Ik snap het wel. Is de Donald Duck er al?’

    Alle bewijsstukken heb ik aangeleverd. Een actie die dwingt om terug te denken aan zijn geboorte, aan alle operaties en het steeds opnieuw bijstellen van verwachtingen. Die me dwingt om te focussen op al zijn belemmeringen, niet op wie hij is.

    Het voelt vreemd een brief met als onderwerp vader vs zoon. Voor de rechter komen, omdat hij achttien wordt, maar nooit volwassen.

    Onder curatele. Soms is voorkomen niet te voorkomen.


  • Stipt

    Het terras zit vol. Het duurt even voor ik mijn halve liter bière a la pression heb bemachtigd. Een gitarist en een zangeres zingen afwisselend Spaanse, Franse en Engelse nummers. Het is warm, gezellig en naast me zwiert zijn lichaam zittend in de rolstoel alle kanten op. We zijn samen hierheen gegaan, een mannenactiviteit. We genieten.
    Het huisje dat we gehuurd hebben, geeft toegang tot de faciliteiten van de camping. Dus ook dit optreden.
    ‘Morgen wordt je zestien, het is vakantie, dus we kunnen wel even blijven.’
    ‘Ok,’ antwoordt hij.
    Dit wordt een mooie avond.
    ‘Papa, hoe laat is het,’
    ‘Bijna negen uur.’
    ‘Ik ben moe, gaan we naar huis?’
    Zoals altijd ligt hij precies om negen uur in bed.


  • Inlevingsvermogen

    Half acht ’s morgens. De bel. We zijn bezig met omkleden. Ik doe open.
    Het is de chauffeur die al twee keer eerder voor niets aan de deur stond.
    ‘De andere chauffeur komt zo,’ zeg ik.
    ‘Zeker weten?’
    ‘Ja. Strakjes. We hadden WhatsAppcontact.’
    Zijn oude taxichauffeur is overgestapt naar het nieuwe vervoersbedrijf en we hebben haar telefoonnummer. Het taxibedrijf zelf hult zich in zwijgen.
    Boven neemt de onrust toe.
    ‘Oké. Als u het zeker weet.’
    De man vertrekt. Boven is er nu paniek. Ik weet het te sussen.
    Een appje: Ze hebben me uit de planning gehaald.
    ‘Sorry,’ zeg ik tegen hem, ‘we brengen je toch zelf naar school.’
    Zuchtend zegt hij: ‘Geeft niet. Ik raak er al aan gewend.’

     

    Bijsluiter Bijna non-fictie.


  • Onbeperkt houdbaar

    ‘Lang zal hij leven, lang zal hij leven, lang zal hij leven in de gloria …’ zingen we uit volle borst.
    De slingers en ballonnen hangen aan de gehuurde bungalowtent. Zijn rolstoel is uitbundig versierd. De taart telt veertien kaarsjes.
    ‘Papa, ik wil duizend jaar worden. Mag dat?’
    Zijn handen wapperen ongecontroleerd heen en weer bij iedere lachsalvo.
    Ik denk terug in de tijd. Zijn geboorte. Drie ambulances in de straat, reanimeren met mijn vingertoppen, een half jaar ziekenhuis. En dan nu op een camping. Zingend. Lachend. Hij eet geen taart, want hij eet via een slangetje dat in zijn buik verdwijnt. Al veertien jaar lang.
    ‘Duizend jaar en duizend kinderen, papa.’
    Over die kinderen twijfel ik nog wel een beetje.

     

    Bijsluiter


  • Bladziek

    ‘Papa, ik wil nooit meer …!’
    De rest van zijn woorden verdwijnt in lange huilende uithalen. Het is herfstvakantie en hij gaat logeren bij opa en oma.
    ‘Ik heb genoeg van logeren. En papa, papa …’
    Weer volgt een huilbui.
    ‘Maar logeren bij opa en oma vind jij het toch altijd leuk?’
    ‘Jawel hoor, maar papa, morgen dan kan het niet!’
    Vaak lukt het me om te achterhalen wat het werkelijke probleem is. Nu kost het moeite. Het kán niet aan het logeren liggen, toch is hij ontroostbaar.
    ‘Wat is er morgen dan?’
    ‘Vandaag is het toch woensdag?’
    Nog steeds die huilstem.
    ‘Ja.’
    ‘Dan is het morgen donderdag. Dan mis ik de Donald Duck!’

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie.