Alles chronologisch

  • Heel soms ’s nachts

    heel soms
    ’s nachts
    ver in het donker
    als ik uit mijn bed geslopen ben
    om te kijken of ze nog slapen
    soms
    ’s nachts
    in het schijnsel
    van altijd aanwezig licht
    kruip ik terug
    probeer te horen
    of haar ogen nog gesloten zijn

    dan pers ik
    soms
    twee tranen uit mijn hoofd
    linkeroog en rechter
    een dikke zwaar gevulde
    en een hele kleine
    soms
    ’s nachts
    als iedereen al slaapt
    behalve ik

    de dikke traan
    verdriet
    rolt weg en spat
    op mijn deken zacht aan stukken
    terwijl de kleine traan
    van vreugde
    nog blijft hangen

    waarop ik stiekem hoop
    soms
    ’s nachts
    dat zij even wakker wordt

    maar zij weet
    dat ik niet huil

  • Weten hoe een bal te vangen

    in een glimlach loopt zij
    balancerend op de dag die
    weer tot een einde is gebracht

    voort naar een volgende
    ochtend, middag, avond, nacht
    en poetst de plekken schoon

    die het zogeheten lot
    in zwarte plekken plaatst
    of kleurt die fleurig weg

    ik kan niet anders dan kijken
    en me verwonderen hoe
    ze elke dag de ballen opgooit

    en feilloos weet te vangen

  • Voorjaar

    nu brandt de zon het onkruid uit de grond
    een stukje gras van amper twee bij vier en
    de tegels blijken daken voor de mieren
    vergeten speelgoed slingert in het rond

    wat roestig ijzer als verstilde dieren
    de wind verplaatst de geur van kattenstront
    verrotting waar de parasolvoet stond
    en ons konijn vindt in zijn hok de kieren

    ik pak een natte doek en poets een stoel
    die laat ik drogen en verzet mijn zinnen
    de tuin -weet ik- weerspiegelt mijn gevoel

    maar met zo’n zooi is makkelijk te winnen
    een opgeruimd gemoed een helder doel
    gewoonweg door een schoonmaak te beginnen

  • Oud verhaal

    Via de spiegel zie ik hoe zij de kleren zorgvuldig strijkt, opvouwt en voorzichtig in de mand plaatst. Morgen zal ze de leeftijd van een vrouw hebben, maar de blikken van de jongemannen om haar heen verraden dat zij die status allang bereikt heeft. Puur natuur.
    Mijn huid vertoont enkele rimpels. Het haar bij mijn slapen werk ik wekelijks bij om het grijs te verbergen. Mijn echtgenoot vindt mij nog steeds mooi. Ik geloof hem niet. Een oude man, die zich voortsleept op zijn laatste benen.
    Aan de lijst van de spiegel hangt een foto van toen ik zelf een jongedame was, genomen door de duivel. Mijn blik dwaalt weer naar haar. Ze is nu al mooier dan ik ooit geweest ben.

    ‘U moet ik hebben,’ had hij gezegd.
    De duivel was opmerkelijk direct en gehuld in het lijf van een goed geklede man met een visitekaartje. L. Moenen, Plastisch Chirurg. Ik vulde in dat hij Luciën zou heten, hij sprak dit niet tegen. Later ook niet. Zelf hield hij het simpelweg bij Moenen.
    Ik zat op een bankje bij het kruispunt te wachten tot er een vrachtwagen voorbij zou denderen, groot genoeg om me ervoor te werpen. De eerste drie had ik voorbij laten gaan, moed verzamelend voor deze onomkeerbare stap. Ik zou er alles voor over hebben om mijn leven over te mogen doen. Mijn verleden tot dan toe bestond uit spotternij en onzekerheid. De wereld om mij heen had me ervan overtuigd dat ik een monsterlijk wezen was. God had mij verlaten.
    Luciën wreef met een papieren zakdoek in zijn oog. Ik was overdonderd door zijn opmerking. Zonder een reactie af te wachten vervolgde hij:
    ‘Ik heb zojuist een kliniek geopend. Dat moet natuurlijk gevierd worden, daarom wil ik iemand een gratis totaalbehandeling geven.’
    ‘Wat houdt een totaalbehandeling in en wat is de invulling van gratis?’
    ‘Je bent een slimme meid, maar dat wist ik al. Ik tover je om tot de meest begeerlijke vrouw van het land.’
    ‘Wat wil je ervoor terug?’
    ‘Ik word je raadgever voor het leven.’
    ‘Voor altijd? Of kan ik ook van je af komen.’
    ‘Er is een ontsnappingsclausule.’
    Het kon me weinig schelen wat die clausule was, de meest begeerlijke vrouw van het land leek me aanlokkelijk genoeg.
    Luciën hield woord. Zijn ingrepen brachten me uiteindelijk in de slaapkamers van veel vooraanstaande mannen. Ik genoot van hun aandacht, hun hunkering naar mijn lijf en de geschenken die ze mij toebedeelden. Ik had hen in mijn macht en leerde dat in de wereld van het geld terughoudendheid helemaal geen voorwaarde voor geheimhouding is.
    Toen de koning weduwnaar werd, wisten we beide allang wat we aan elkaar hadden. De prinses was nog jong en had nooit echt de aandacht van haar vader gehad. Ik gaf haar de behandeling die ik zelf in mijn jeugd had ondergaan. Ze leek er alleen maar sterker, zekerder én mooier door te worden.

    ‘Hij is dood.’
    Even stopt ze met vouwen. Ik kijk nog steeds via de spiegel naar haar. Luciën komt naast me staan. Hij slaat een arm om me heen en druk een kus op mijn voorhoofd. Met zijn duim en wijsvinger trekt hij wat rimpels recht.
    ‘Morgen neem ik je weer even onder handen.’
    Hij werpt een blik op haar. Ze is zwijgend verdergegaan. Tranen lopen over haar wangen. Hij kijkt te lang. Met beide handen grijp ik zijn hoofd beet en druk een zoen op zijn lippen. In de reflectie zie ik de mooiste vrouw van het land. Ik heb geen ontsnappingsclausule nodig.
    Morgen zal ik de jager opdracht geven om met haar naar het bos te gaan.

  • Beleven

    ‘Nee! Haal weg! Dit kan ik niet zien!’
    Hij rolt schreeuwend mijn ziekenhuiskamer in met zijn vingers in zijn oren. Een ruggenprik houdt de pijn weg bij mijn gebroken ribben en pillen dempen de pijn van mijn gebroken sleutelbeen en schouderblad. Hij staart onafgebroken naar de korst op mijn gezicht. Eigenlijk is die wond het minst zware van de gevolgen die ik heb opgelopen, maar de plek is opengegaan waardoor zich een korst op de korst heeft gevormd.
    ‘Als je hem niet wil zien moet je toch je handen voor je ogen houden en niet je vingers in je oren?’ zeg ik.
    Meteen geeft hij gevolg aan mijn opmerking. Ook bij de volgende bezoeken komt hij met afgesloten ogen binnen.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie