nu brandt de zon het onkruid uit de grond
een stukje gras van amper twee bij vier en
de tegels blijken daken voor de mieren
vergeten speelgoed slingert in het rond
wat roestig ijzer als verstilde dieren
de wind verplaatst de geur van kattenstront
verrotting waar de parasolvoet stond
en ons konijn vindt in zijn hok de kieren
ik pak een natte doek en poets een stoel
die laat ik drogen en verzet mijn zinnen
de tuin -weet ik- weerspiegelt mijn gevoel
maar met zo’n zooi is makkelijk te winnen
een opgeruimd gemoed een helder doel
gewoonweg door een schoonmaak te beginnen
Geef een reactie