Je zit op bed en staart, je ogen koud,
alsof je niets meer hebt om uit te kijken,
de uren onveranderd zo verstrijken,
dat er geen plek meer is voor nieuw of oud.
Ik zie je lichaam langzaam minder lijken
op wat zich hier in jou verscholen houdt.
Soms wordt een lach zorgvuldig opgebouwd
als wij opeens voor jou bekenden blijken.
De wereld is allang jouw wereld niet.
Je vraagt opnieuw waarop je zit te wachten
en ik weet niet hoe jij jezelf nu ziet.
Ik slik mijn woorden weg, jij spaart je krachten,
terwijl ons samenzijn geen houvast biedt:
we blijven hier nog, in elkaars gedachten.

Geef een reactie