Gedichten


  • Omzien

    toen jij in doodste stilte
    werd geboren
    en het leven gaf
    we langzaam samen
    weer op adem kwamen

    hoe jij de handleiding
    van ons bestaan
    steeds opnieuw
    kon omschrijven
    in hummen en onnavolgbaar
    scherpe grappen

    in liggen dat nooit
    tot kruipen kwam
    in wielen waar
    ik stappen miste
    in voedingsslangen
    waarvan ikzelf
    moest slikken

    waar jij mij leerde

    dat als jouw schaduw valt
    ik 180 graden draaien zal


  • Amersfoort

    (c) Remko Schotsman

    Amersfoort

    Soms denk ik terug aan Amersfoort.
    De naam kwam op een bord voorbij,
    mijn rijtuig schoof er langzaam langs.
    Het was een mooie dag in mei.

    Het treinstel piepte. Ik keek op.
    Er stapte niemand in of uit,
    zelfs in de winkel was het stil.
    En ‘Amersfoort’, schoof langs mijn ruit.

    Ik zag verweerde oude balken,
    en veel beton met spiegelramen.
    Een wachthok zonder wachters,
    op hen die nooit meer kwamen.

    Een elektronisch fluitje klonk.
    De trein kwam langzaamaan op gang,
    de bossen gleden langs mijn raam.
    De oorlog duurde één stop lang.


    Adlestrop

    Yes. I remember Adlestrop—
    The name, because one afternoon
    Of heat the express-train drew up there
    Unwontedly. It was late June.

    The steam hissed. Someone cleared his throat.
    No one left and no one came
    On the bare platform. What I saw
    Was Adlestrop—only the name

    And willows, willow-herb, and grass,
    And meadowsweet, and haycocks dry,
    No whit less still and lonely fair
    Than the high cloudlets in the sky.

    And for that minute a blackbird sang
    Close by, and round him, mistier,
    Farther and farther, all the birds
    Of Oxfordshire and Gloucestershire.

    (Edward Thomas)

     

    Dit gedicht onstond naar aanleiding van de foto van Remko Schotsman van het station Amersfoort, die hij samen met het gedicht van Edward Thomas plaatste op social media.


  • Uitgevlakt

    Gedichten schrijven is zo moeilijk
    niet, nu de regels breken en
    de wereld niet te rijmen lijkt.
    Nu steeds meer ogen stuk-
    geschoten, wegkijken of verblind. Nu
    steeds meer levens sterven voordat
    ze ooit tot lezen komen, nog voordat
    ze betekenis gegeven wordt.
    Weggevaagd in onnadenkendheid
    is gedichten schrijven niet.

    Blijft

    slechts die piepend rechte lijn.


  • Voorbij Ispahaan

    (Naar P.N. van Eyck, De tuinman en de dood.)

    Ik was als de dood
    die zijn tuin aanharkte.
    Olijfboom snoeide,
    onkruid wiedde,
    gras aan kant en
    tegels vrij van
    verdwaalde duiven-
    veren.

    Ik keek de bloesem uit
    tot nieuwe vruchten.

    Was ik als de dood
    voorbereid
    toen ik samen met
    de eerste bomen

    met de eerste
    bommen viel.


  • Dwaalgast

    Dit zijn de feiten
    zoals ik ze zal onthouden:
    één kik slechts, de navelstreng
    geknipt door mij.
    Met vingertoppen hart masseren
    in het rustig ritme van de vroedvrouw.
    Het zacht gesis van zuurstof,
    het noemen van je naam
    en het ingehouden huilen
    van je moeder.

    Hoe jij toen al met ons een stukje stierf.

    We staan gelukkig nog in leven
    waar het bos wat koelte geeft.
    Het ven verbergt zijn diepte
    terwijl de rolstoel in de modder stokt.
    De bomen ruisen en ik zucht —
    morgen zal je jarig zijn, mijn rug
    vormt zich naar de dikke takken.
    Een grap van jou waarop
    we samen lachen. Je hoofd schudt,
    je lijf deint met je ledematen mee.
    We staan hier samen,
    nooit eens op dezelfde plek.

    Ik ruik de bodem na de regen,
    terwijl jij je ogen sluit
    voor het veel te felle licht.
    Zomaar uit het niets jouw lachen.

    Hoe ik in dit ruisen meedraai
    en jij me steeds weer weet te vinden

    in het sterven van ons leven.


    Dit gedicht kreeg een eervolle vermelding van Meander Magazine bij de Rob de Vos prijs 2025. Het gedicht met juryrapport is hier te lezen.