Een huisje tussen bomen
en jij alleen een bed, een bank,
een televisie. Boeken. Slaap
bij te slapen. Ik bewaak
ons fort, draag de mantel
die jij straks weer dragen moet
in verdrongen regelmaat:
sonde, luier, kleding, taxi
en de middag en de avond, nacht.
Je wordt mooier als je weg bent
in dat huisje waar
ik me voorstel dat jij
Soms denk ik terug aan Amersfoort. De naam kwam op een bord voorbij, mijn rijtuig schoof er langzaam langs. Het was een mooie dag in mei.
Het treinstel piepte. Ik keek op. Er stapte niemand in of uit, zelfs in de winkel was het stil. En ‘Amersfoort’, schoof langs mijn ruit.
Ik zag verweerde oude balken, en veel beton met spiegelramen. Een wachthok zonder wachters, op hen die nooit meer kwamen.
Een elektronisch fluitje klonk. De trein kwam langzaamaan op gang, de bossen gleden langs mijn raam. De oorlog duurde één stop lang.
Adlestrop
Yes. I remember Adlestrop— The name, because one afternoon Of heat the express-train drew up there Unwontedly. It was late June.
The steam hissed. Someone cleared his throat. No one left and no one came On the bare platform. What I saw Was Adlestrop—only the name
And willows, willow-herb, and grass, And meadowsweet, and haycocks dry, No whit less still and lonely fair Than the high cloudlets in the sky.
And for that minute a blackbird sang Close by, and round him, mistier, Farther and farther, all the birds Of Oxfordshire and Gloucestershire.
(Edward Thomas)
Dit gedicht onstond naar aanleiding van de foto van Remko Schotsman van het station Amersfoort, die hij samen met het gedicht van Edward Thomas plaatste op social media.
Gedichten schrijven is zo moeilijk
niet, nu de regels breken en
de wereld niet te rijmen lijkt.
Nu steeds meer ogen stuk-
geschoten, wegkijken of verblind. Nu
steeds meer levens sterven voordat
ze ooit tot lezen komen, nog voordat
ze betekenis gegeven wordt.
Weggevaagd in onnadenkendheid
is gedichten schrijven niet.