Verjongen

Mijn vader eet zijn leven op.
Hij hapt de gaten uit het heden
en knabbelt langzaam aan verleden,
strooit koffie in zijn koffiekop.

Zijn vel zakt van zijn wangen af:
de tijd verglijdt al voor het eten.
Alleen zijn jeugd lijkt niet vergeten
en wat hem daarin vreugde gaf.

En met ‘die vrouw daar’ maakt hij ruzie,
de man die nooit eens ruzie had:
hij trekt in argwaan zijn conclusie.

Ik weet, steeds korter wordt zijn pad.
Zo leeft hij nu nog als illusie:
Die jongen waar mijn vader zat.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *