Bijna non-fictie


  • Dwaalgast

    Dit zijn de feiten
    zoals ik ze zal onthouden:
    één kik slechts, de navelstreng
    geknipt door mij.
    Met vingertoppen hart masseren
    in het rustig ritme van de vroedvrouw.
    Het zacht gesis van zuurstof,
    het noemen van je naam
    en het ingehouden huilen
    van je moeder.

    Hoe jij toen al met ons een stukje stierf.

    We staan gelukkig nog in leven
    waar het bos wat koelte geeft.
    Het ven verbergt zijn diepte
    terwijl de rolstoel in de modder stokt.
    De bomen ruisen en ik zucht —
    morgen zal je jarig zijn, mijn rug
    vormt zich naar de dikke takken.
    Een grap van jou waarop
    we samen lachen. Je hoofd schudt,
    je lijf deint met je ledematen mee.
    We staan hier samen,
    nooit eens op dezelfde plek.

    Ik ruik de bodem na de regen,
    terwijl jij je ogen sluit
    voor het veel te felle licht.
    Zomaar uit het niets jouw lachen.

    Hoe ik in dit ruisen meedraai
    en jij me steeds weer weet te vinden

    in het sterven van ons leven.


    Dit gedicht kreeg een eervolle vermelding van Meander Magazine bij de Rob de Vos prijs 2025. Het gedicht met juryrapport is hier te lezen.


  • SEH

    dit bed gevuld met hoop staat
    opgesteld in kale kamer waar
    felle lichten nauwelijks schaduw

    geen gloren, stond of schemering

    de monitor staat klaar
    en toont in kleuren lijnen
    van niet aangesloten meters

    die uitgestrekt en vlak
    een toekomst van mijn
    angstbeeld tonen

    Seismisch gebied

    zijn buik is een landkaart
    van valleien en kraters
    verhalen vol snijden
    en hechten en helen
    en wachten en wachten

    zijn mond spreekt verwachting
    in woorden vol grappen
    verhullen de waarheid
    want pijn krijgt geen zinnen
    en wachten en wachten

    zijn vel toont zich rustig
    maar het woelen daaronder
    lava in stromen en stollen
    laat zich in banen niet leiden
    en wachten en wachten

    zijn slapen onstuimig
    zijn dagen onrustig
    het infuus drupt en drupt
    op gloeiende plaatsen
    een dokter begroet ons
    en wachten en wachten

    Bezoeking

    De gang klinkt als een winkelstraat,
    waar mensen lachen en begroeten
    alsof ze kennissen ontmoeten,
    voordat men luid een deur dicht slaat

    Hoewel het op die deur toch staat,
    dat bloemen hier niet welkom zijn,
    gonst het Nederlands refrein:
    Zelf bepaal ik hoe het gaat.

    Zo kijk ik door de smalle ruiten
    vanuit de kamer, stil naar buiten,
    hoor het leven op de gang.

    Ik draai mijn blik en zie hem slapen.
    Probeer mijn moed bijeen te rapen
    en houd me voor: Ik ben niet bang.

    Hoop

    jouw zieke buik met slangenkuil
    waar bek aan staart en
    staart in bek steeds verder
    doorgang weggebeten lijkt

    waar zomaar winterslaap
    zich in elk seizoen kan vormen
    of juist een wild krioelen leven
    naar een doodse stilte leidt

    waar gif zich mengt met
    levenslust en waar mijn billen
    samenknijpen maar de jouwe
    juist weer uitgang bieden

    grijp ik terug naar flauwe grappen
    als bange poeperd naast jouw bed
    ik hoopvol jij hoopgevend
    juich ik hier voor elke scheet

    Moed

    ik ken de kamers de gesprekken
    infusen slangen en alarmen
    ik lees de schermen en hun lijnen
    met gemak herken de geuren

    de termen ken ik zelfs de blikken
    van de artsen die het onraad
    niet verraden willen de stappen
    die ingehouden iets te snel

    ik ken jouw ogen om te lezen
    hoe je lichaam in beweging spreekt
    of steeds de juiste woorden zwijgend
    de halen van je adem ken ik ook

    maar bij thuiskomst waar jij
    vrolijk lachend leven gevend
    ben ik even in verwarring

    waar mijn angsten zijn gebleven


  • Mantellast

    ‘Hoe lang geleden zaten we alleen met elkaar in de auto?’ vraagt mijn partner. ‘Weet jij het?’
    Ik niet.
    We gaan het nieuwe huis van vrienden bekijken. Ze wonen er twee jaar.
    De telefoon gaat.
    ‘We moeten opnieuw inloggen!’ schalt onze dochter over de luidsprekers.
    Op de achtergrond horen we zijn paniek toenemen. Alweer niet alleen in de auto.
    ‘Komt het goed?’ schreeuwt hij.
    Zijn oom die oppast, probeert hem gerust te stellen. Net voordat de Formule 1 race start, weet ik zijn zus via wachtwoord vergeten naar de live-stream te leiden.
    Gevaar geweken.
    ‘Nooit zorgeloos weg,’ verzucht ik.
    Even later een bericht in een groepsapp: Wie wil: welkom om hier oud en nieuw te vieren.
    Willen zeker. Maar kunnen …


    Lees de bijsluiter.


  • In de dagen dat we afscheid namen

    in de dagen dat we afscheid namen
    en jij woorden sprak waarvan ik dacht
    dat ook niet onverwacht voor jou
    de laatste reis werd ingezet

    in de dagen dat we afscheid namen
    en in jouw lachen ik je leven zag
    maar mijn armen al gestrekt hield
    om vast te houden om uit te zwaaien

    in de dagen dat we afscheid namen
    temidden van slangen holle draden
    die hun inhoud spuwden in je lijf
    onder veel te veel alarmen

    in de dagen dat we afscheid namen
    jij zo jong een zoon en ik ouder
    en ouder bij iedere slag van de pomp
    die jou lang genoeg op adem hielp

    in de dagen dat we afscheid namen
    die nu al maanden lang vergleden zijn
    en we niet bedenken konden hoe
    gewoon je bent gebleven


  • Ontmanteld

    het is niet de zorg
    de schone luier voedingspomp
    het troosten als de wereld weer
    begrijpelijk ongrijpbaar lijkt

    het is niet de rolstoel
    waar jij in zit weer moeten duwen
    fout geplaatste auto’s die
    ons over nieuwe drempels dwingen

    niet je onvermogen
    waarin we samen woorden zoekend
    naar begrip en niet jouw broosheid
    die me soms ook angst inboezemt

    het is niet het missen
    van een afspraak met mijn vrienden
    want te moe en niemand anders
    die zomaar op jou letten kan

    het is niet de mantel
    die ik zorgzaam om jou sla
    maar het leven dat jij geeft
    met elke dag die bij zal blijven