“De televisie moet uit het raam en alle DVDtjes moeten worden verbrand!”
Hij ligt in bed en is al bijna een uur aan het tieren.
“Ik wou dat de televisie helemaal nooit was uitgevonden!”
Op hem inpraten helpt niet. Afleiden met grapjes ook niet. We moeten er samen doorheen. Een DVD die we niet snel genoeg konden vinden is de oorzaak. Én dat ik uit mijn slof schoot, omdat hij bij de zoektocht bleef schreeuwen.
Eindelijk valt hij in slaap. Tot het vijf uur ’s ochtends is.
“We moeten de televisie verkopen!”
Ik spring uit mijn bed.
“Ja, aan oom Dagobert en het geld stoppen we in een mini geldpakhuisje” , zeg ik.
Hij kijkt me aan en begint luid te lachen.
-
Emotie verwoorden
-
Eigenwijs mannetje.
“Mag ik het lijstje zien?”, vraagt hij in de winkel.
Het is één van de vaste rituelen tijdens het boodschappen doen. Vandaag moeten we veel inkopen doen, want morgen is het Pasen. Dit keer is zijn zusje van drie mee. Zij zit in de winkelwagen en is ongedurig.
“Goed, we kijken hem even snel door”, zeg ik.
Mijn dochtertje maant op haar eigen manier aan tot spoed. Na het oplezen gaan we snel verder. Vanwege de haast duw ik zijn rolstoel en trek tegelijk het goed gevulde wagentje.
Na het afrekenen loop ik op dezelfde manier naar de auto.
Dat kost me moeite.
“Kan ik u helpen?”, vragen verschillende mensen.
“Nee hoor, het lukt me best”, antwoord ik steeds weer.
-
Publiek.
“Ik heb gewonnen!”, schalt het over de camping.
Hij zit voor de tent een boekje te lezen in de zon.
Een aantal jongens rijdt een wedstrijd van steeds één rondje.
“Alweer gewonnen!”
Inderdaad is het weer dezelfde stem die ik hoor.
“Zeg, je mag wel doorrijden hoor jongetje.”, zegt hij.
Als ik door het raampje kijk zie ik hoe hij vanuit zijn rolstoel met brede armgebaren een soort verkeersaanwijzingen geeft. Een fiets rijdt weg.
“Ik zei net ook al dat je door mocht rijden.”, hoor ik even later.
Als ik naar buiten loop zie ik één van de jongetjes met open mond staren.
“Ja papa. Dat jongetje denkt ‘Hee een jongen in een rolstoel’. Alsof dát nou zo bijzonder is.”
-
Zeldzame aandoening.
“Ik wil nooit, nooit, nooit meer zwemmen.”, zegt hij en bij iedere ‘nooit’ gaat het volume omhoog.
We zijn wel wat gewend, maar nooit meer willen zwemmen is een verrassing voor mij. Iedere week gaat hij met zijn vaste begeleidster naar het zwembad en dan hebben ze veel plezier.
Mijn vriendin vertelt dat er bij het zwembad een man twee gehandicaptenparkeerplaatsen ingenomen had door onhandig inparkeren. De begeleidster vroeg vriendelijk aan de bestuurder of de auto verzet kon worden. Zij kreeg onverwacht verbaal keihard de wind van voren. Hij hoorde dat.
“En nu wil ik nooit meer zwemmen!”
Veel verder dan omkleden waren ze ook niet gekomen..
Ik vervloek de automobilist hartgrondig. Gelukkig zijn mensen met dit stoornistype uiterst zeldzaam.
-
Tijdsbesef.
We zitten te eten aan tafel en hij speelt met wat wij laten rondslingeren. Een digitaal reiswekkertje en een spuitje. Het spuitje gebruiken we om zijn sonde met water door te spoelen.
“Komen jullie aan tafel.”, heb ik vlak daarvoor tegen de drie kinderen gezegd.
“Wat eten we eigenlijk?”, vraagt hij.
“We eten nasi.”, antwoord ik.
Het ‘we’ is relatief, want hoewel hij aan tafel zit eet hij niet mee.
“Met dit spuitje zuig ik de tijd uit dit wekkertje.”, zegt hij met grootse gebaren.
Hij draait het spuitje in de lucht en ‘spuit’ het leeg.
“Nu zijn we weer terug in het verleden.”
Een grijns verschijnt op zijn gezicht.
“Komen jullie aan tafel?”, zegt hij met een verdraaide stem.