‘Wat een mooie helm!’
We staan bij de ingang van een edelstenenmijn.
‘Mag ik de koptelefoon?’
‘Natuurlijk.’
Hij kan nu de Nederlandse vertaling van wat de gids zal vertellen horen. Zijn broer heeft er ook één.
Ik duw hem het rolstoelvriendelijke pad op.
‘OK, naar de volgende sectie!’, roept hij dwars door de gids heen. De vertaalstem loopt voor op het verhaal dat wij krijgen. De gids kan er gelukkig om lachen. Ook bij de volgende zes secties.
‘Hee, waar is dat spook nou?’
Typisch een grap voor hem. Heerlijke fantasie. We gaan samen uitgebreid op zoek.
‘Heb jij het spook gezien?’, vraagt zijn broer die als bijna laatste de mijn uitkomt.
De vertaalstem heeft meer verteld dan onze gids.
-
Spoken zien
-
Overladen
Om 16.30 uur komt hij thuis. Dat is later dan vorig schooljaar. Het duurt daardoor gelukkig minder lang voor hij televisie mag kijken. Hij staat –in zijn rolstoel- met zijn rug naar het scherm. Op die manier is de kans op een gesprek enigszins mogelijk.
In het schoolschrift staan al wat opmerkingen uit de klas en van de therapieën.
‘Wat lees ik hier? Wat heb je vandaag voor knaps gedaan?’
Zijn gezicht verandert in één grote lach.
‘Van fysio naar de klas gelopen! En weer terug!’
Het staat ook in het schrift. Een forse afstand gelopen met zijn nieuwe loophulpmiddel.
Zijn zusje van vier bekijkt het schouwspel.
Ze roept luid: ‘Wat goed van jou!’ en begint hem onophoudelijk te zoenen.
-
Lichtgeraakt
‘Ik stop een bom in dit huis en laat hem ontploffen! Daarna vermoord ik iedereen!’
Hij heeft buikgriep en voelt zich beroerd. Dat hij een maagklep heeft en moet spugen helpt niet mee.
‘Ik vernietig jullie allemaal! En o ja, o ja papa, jou vind ik ook niet meer lief.’
Op school kan hij ook wel eens zo reageren. We hebben uitgelegd dat het eigenlijk maar één ding betekent. Hij wil zeggen:
‘Ik voel me niet prettig en weet niet hoe ik dat duidelijk moet maken.’
Dat is dus ook de vertaling van:
‘Ik wil nooit, nooit, noooooit meer televisie kijken! Gooi dat ding uit het raam!’
Maar het blijft raken als hij zegt:
‘Oooh, was ik maar nooit geboren.’
-
Beeldig
‘Grrm. Ha! Ook na duizend keer werd hij er afgeschobbejakt.’
‘En daar werd de zingende draad en de katapult uitgevonden.’
Hij leest luidop pratend een stripboek.
‘Steek je handen omhoog cowboy! En hij hield zijn handen héél lang omhoog.’
Op zich kan hij redelijk lezen. Eenvoudige zinnen reproduceert hij met gemak. Als de televisie aanstaat lukt het hem flarden van ondertitelde programma’s te lezen. Maar lezen is iets voor op school en niet thuis.
Stripboeken zijn geen gewone boeken, daar krijgt hij nooit genoeg van. Soms lezen we ze voor. Meestal leest hij ze zelf.
Hij stoort zich niet aan verhaalopbouw en logische lijnen. Hij ziet honderd verhalen in één boek. Voor hem is ieder plaatje een verhaal op zich.
-
Droog
‘We hebben wel een ander merk. De verzekering vergoedt uw merk niet meer.’
We gaan over een paar dagen op vakantie. Alles moet in het groot besteld worden. Ook de luiers.
‘Doe er maar 120.’
Eenmaal opgehaald blijken de nieuwe luiers te groot zijn. Na een telefoontje gaan we bij de apotheek langs. De deur van het spreekkamertje kan niet dicht, omdat de rolstoel dat verhindert. Op het tafeltje liggen allerlei soorten luiers. Geen enkele is geschikt.
‘Over het oude merk waren we erg tevreden’, zeg ik.
Gelukkig denkt de assistente actief mee en komt met een passende oplossing.
Bij het vertrek zegt hij vanuit zijn rolstoel -met zijn ogen net iets te opzichtig op de wachtenden-
‘Wat een geluier!’