Bijna non-fictie


  • Drempelvrees.

    “Kijk daar komt het pontje!”
    De regen valt met bakken en de wind waait stevig. Het bootje blijft verbazingwekkend stabiel op het water liggen.
    “Papa! Ik heb gezeild!”, roept hij nog voor hij van boord is. De rolstoel wordt op de steiger getild.
    “Ik zeil al heel lang, maar zelfs ik vond het heftig. Zo schuin! Maar voor hem kon het niet schuin genoeg.”, zegt zijn juf.
    We zagen behoorlijk op tegen dit schoolkamp van twee dagen. Varen alleen al en dan die storm erbij. Overnachten op een eilandje. Gelukkig ging het goed.
    Om op te warmen duiken we het café aan de overkant in.
    “Help, help ik val!”, schreeuwt hij als ik de rolstoel voorzichtig over de drempel duw.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Niet huilen.

    Het is een mooie dag om geboren te worden. Hartje zomer. Heerlijke temperatuur.
    De kinderkamer is nog niet helemaal op orde, maar dat geeft niet. De baby mag straks op onze kamer blijven. Alles gaat voorspoedig.
    ‘Kom nu meteen maar,’ had ik tegen de verloskundige gezegd.
    Bij de eerste ging alles ook sneller dan de beschrijvingen uit de boekjes. Die moest uiteindelijk met de vacuümpomp gehaald worden in het ziekenhuis. Dit wordt een thuisbevalling.
    Dan is het zover. Ik sta er wat hulpeloos bij.
    ‘Kijk jij maar wat het geslacht is.’
    Een jongen.
    In stilte mag ik de navelstreng doorknippen. Dan gaat het snel. De emoties zitten hoog, maar niemand huilt.
    Niemand.
    ‘Bel 112,’ zegt de verloskundige tegen mij.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Optreden.

    Als ik snel loop kunnen we nog mee. Toch houd ik mijn pas in. De deur van de lift gaat weer open, omdat er een hand tussen gehouden wordt. Ik duw de rolstoel naar binnen.
    ‘Hoe vond je de muziek?,’ vraagt de man.
    Hij kijkt staand mijn zoon recht in de ogen. Dan volgt het onvermijdelijke.
    ‘Hee, wat ben jij een klein mannetje!’ schreeuwt hij met een vrolijke stem, ‘Zo klein heb ik ze nog nooit gezien!’
    Ik probeer niet te blozen. Hoe ga ik hiermee om?
    ‘Die meneer stelde je een vraag hoor.’
    ‘Ja, dat kleine mannetje vroeg of de muziek leuk was! Ik heb ontzettend genoten!’
    Ik voel me in die kleine ruimte degene met de grootste beperking.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Uit de hoek komen.

    “Wat is een inwoner met jeuk?”
    Hij zit op zijn vaste plek op de bank. In de hoek.
    De televisie staat aan en eigenlijk kijkt hij alweer te lang. Net als bij zijn  broer en  zus is het kijken naar de televisie soms een grote uitkomst.
    De ene keer kijkt hij doodstil. De andere keer lijkt zijn hele lijf mee te kijken. Hij herhaalt zinnen, beschrijft situaties en lacht luidkeels om de grappige scènes. Hij heeft zijn eigen humor. Soms ligt hij totaal in een deuk om iets waar wij de grap niet van zien.
    “Wat is een inwoner met jeuheuk!?”, zegt hij dwingend.
    De TV geeft bijna direct antwoord.
    “Hier is uw krabburger!”, schalt Spongebob Squarepants door de huiskamer.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie


  • Voor de bakker.

    Twee volgeladen tassen in mijn linkerhand en de duwstang in mijn rechterhand. Zoals vaker heb ik mijn boodschappenlijst qua gewicht verkeerd ingeschat. Het loopt lastig.
    Bij de bakker staan ze al klaar bij de deur. We komen hier elke zaterdag.
    “We gaan hier nog twee broden halen en dan naar huis.”
    Uit gewoonte benoem ik alle acties.
    Ik maak de draai en de rolstoel zakt plotseling naar beneden. De as van het linkerwiel is gebroken. Even is het stil. Twee vrouwen schieten te hulp. De deur van de bakker gaat open.
    “We hadden nooit naar de bakker moeten gaan!”, schreeuwt hij. Gillen, snikken en onverstaanbare zinnen. En allemaal lieve mensen die hem wat lekkers willen geven.
    Kon hij maar eten.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie