Bijna non-fictie


  • Eerste woorden

    De twee ambulances zijn zojuist vertrokken. Eén vervoert mijn vriendin, de andere onze pasgeboren zoon. In de huiskamer zitten de kersverse opa en oma en ons oudste kind van 2,5. Hij heeft zijn moeder op een brancard door de gang zien gaan.
    Ik loop de kamer in.
    ‘Ik ga naar je nieuwe broertje, ik kom zo weer terug.’
    Al snel ben ik op de afdeling Neonatelogie. Mijn vriendin wordt net naar binnen gereden, samen gaan we de eerste hulp ruimte binnen. Vijf mensen staan om het operatietafeltje. De kinderarts komt op ons af:
    ‘Gefeliciteerd met jullie zoon, we doen er alles aan om hem te helpen.’
    Ja, wat er ook gebeurt, dit is onze zoon en hij is zo welkom.

     

     
    Bijsluiter Bijna non-fictie


  • Binnenhalen

    We staan aan het startpunt van de optocht. De fanfares, de vrolijk versierde wagens, de Zwarte Pieten en natuurlijk Sinterklaas zullen straks langs ons trekken.
    ‘Nog vijf minuutjes,’ zeg ik en meteen daarna barst de muziek los.
    Hij zit -in zijn rolstoel- bovenop de speciale bakfiets, zijn moeder staat naast hem en ik sta aan de andere kant met zijn zusje van vier op mijn arm. De Zwarte Pieten komen naar hem toe.
    ‘Wil je wat pepernoten?’
    ‘Nee!’
    In lichte verwarring dansen ze verder.
    Er zijn genoeg Pieterbazen die zonder te vragen strooigoed in zijn capuchon en zijn benenzak stoppen.
    Zijn zusje ziet hoe zij steeds wordt overgeslagen.
    ‘Ze zijn toch ook voor mij?’ zegt ze zachtjes in mijn oor.

    Bijsluiter Bijna non-fictie.


  • Steunen

    Op woensdagochtend gaat hij naar de reguliere school, waar ook zijn broer en zusje zitten. Een school die het een meerwaarde vindt dat hij -met een begeleidster- meedoet aan de lessen. Inmiddels zit hij in groep zes en draait op zijn manier volwaardig mee. Hij gaat altijd met plezier en zijn klasgenoten reageren hartelijk op hem.
    ‘Hoe was het vandaag?’ vraag ik hem.
    Zijn gezicht klaart op.
    ‘Ik heb trampoline gesprongen en iedereen juichte!’
    ‘Echt waar? Hoe heb je dat gedaan? Toch niet met je rolstoel?’
    ‘Angelique en de meester hielden me vast en ik sprong heel hoog!’
    Hij glundert van trots.
    ‘Ja,’ zegt mijn vriendin later, ‘hij had ook tegen de meester gezegd:
    Ik zou ook wel lopen willen.’

    Bijsluiter Bijna non-fictie


  • Een gewoon gezin

    Als ik thuiskom staat mijn vriendin te koken en op de deurmat zit onze dochter.
    ‘Ik word helemaal gek van dat kind!’
    Het is duidelijk dat er weer grenzen opgerekt worden.
    Van boven uit de slaapkamer hoor ik TV geluiden.
    ‘Het was te druk voor hem, daarom ligt hij op bed.’
    Ondertussen is onze oudste zoon bezig om naar voetbaltraining te gaan. Hij is al laat. De jongste komt weer in de huiskamer, maar ze is niet te genieten.
    Boven barst een hoop geschreeuw los, de televisie is gaan storen. Mijn vriendin neemt de kleinste onder haar hoede, ik ren naar boven.
    Terwijl ik hem met moeite probeer te kalmeren, roept onze oudste zoon van beneden:
    ‘Waar zijn mijn voetbalschoenen!’

    Bijsluiter Bijna non-fictie.


  • Verwerken

    ‘Mag ik de champignons snijden?’
    Hij komt naar de keuken gereden met zijn nieuwe werkblad op de rolstoel.
    ‘Natuurlijk mag jij dat.’
    We hadden dit hulpmiddel veel eerder aan moeten vragen. Geen gedoe meer met het opklaptafeltje. Het maakt hem weer zelfstandiger.
    Het stimuleren van die zelfstandigheid is lastig. Ik blijf hem -vaak uit tijdwinst- te snel helpen. Zo leert hij het nooit.
    ‘Hier, neem jij deze kwark mee die mag je voor de televisie eten. Bij het eten kom je wel bij ons aan tafel zitten hoor.’
    Even later meldt hij luid: ‘Klaar, kom hem maar halen!’
    ‘Nee hoor, je kan hem nu zelf brengen.’
    Even is het stil.

    ‘Ik vernietig dat werkblad! Had ik hem maar nooit gekregen!’

    Bijsluiter bijna non-fictie