Alles chronologisch

  • Mijlpaal

    Je ligt in bed met de gordijnen open.
    Je ogen dicht, terwijl de zon fel schijnt.
    Die schemertijd waarin je steeds verdwijnt:
    Moet ik nu op dood of leven hopen?

    Jouw dagen ben ik langzaam aan het tellen.
    Eerst naar voren nu alleen maar terug,
    waar uren en seconden even vlug
    als lange weken lijken voort te snellen.

    Ik zie je met mijn moeder wakend, trouw,
    een echtpaar in de spiegel van de ramen
    nu drieënzestig jaren man en vrouw.

    Geen ma en ik, die voor mijn vader kwamen:
    Ik zie als echtpaar: even vreemden nou
    en weet: voor altijd in de liefde samen.

  • Ankerpunten

    Ik zwierf door straten, zocht naar plekken waar
    ik vroeger met mijn vrienden samen speelde.
    De plekken waar we onze hutten deelden
    en waar we binnenliepen bij elkaar.

    De toren in de verte was ons baken.
    De klok die met zijn grote wijzers zei:
    ‘Je moet naar huis, want etenstijd!’, maar wij
    besloten steeds om eigen tijd te maken.

    Ik zocht de houten gymzaal en het veld
    en zag mezelf weer met de voetbal rennen,
    maar veld bleek flat, de zaal allang geveld.

    Het lukte niet om aan dit dorp te wennen.
    Ik had mijn komst bij ‘t huis al aangemeld.
    Mijn vader, denk ik, zal hij mij herkennen?

  • Gesloten

    Schuifdeur, kale hal.
    Lange, lege gang.
    Oude lift wiebelt naar
    etage vier.
    Wijsheid, wit
    krijt op zwart.

    ‘Sluit de deur zorgvuldig.’
    Kamer, wc, wc, kamer,
    kamer, wc, wc, kamer.
    Binnenkomen. Slapend.
    Ogen open toch
    herkenning. Zachte stem en
    adem halen, lange halen.
    Vage blik, verheldert soms.
    Moe, zo moe.

    Na vijf minuten weg.

    Wc’s. Kamers.
    Uitgang. Toetsen.
    Cijfertjes en hekje.
    Lift en gang en hal,
    de schuifdeur.

    Zon en zoeken
    naar de tranen.

  • Verstommen

    Je stem sterft je dood vooruit
    en vangt geen echo meer.
    Je lippen zijn vertrokken
    in een grimas, terwijl je ogen
    door mij kijken naar
    een toekomst waar je in
    jouw geschiedenis veilig
    terug kunt vallen.

    Je rustend hoofd geeft steeds
    stiller het heden weg,
    waar je terugkeert
    tot je eerste ademteug,
    bloot en nat, alleen
    een streng die je vasthoudt,
    vlak voor het moment
    dat je stem zal klinken.

    Je bent nu al terug
    in liefdevolle herinnering.

  • Herplaatsen

    Langzaamaan vergeet ik jou een beetje,
    de man die bij bezoeken naar me kijkt
    in een blik die op mijn vader lijkt,
    maar in dat zwijgend lege staren weet je
    al langer niet meer hoe je mij bereikt.

    Dan staar ik peinzend terug en blijf ook zwijgen
    en probeer te weten hoe jij vroeger was:
    jij in jouw verhaal en ik een eigen
    terugblik, waar ik nieuw verleden las.

    Hier

    in verwarring, samen zwijgend om
    ons geheugen anders terug te krijgen.