Alles chronologisch

  • Verstrijken

    Hoe de liefde languit naast me lag:
    Jij op de bank al scrollend je vervelen.
    Het blauwe licht mocht jouw gezicht wél strelen,
    waar ik vooral je schoonheid stralen zag.

    Jij brak het scherm in resten van de dag
    en wist het donker kort met mij te delen.
    Je vingers gleden door je haren, spelend.
    Ik keek je aan en was meteen van slag.

    Voorzichtig zocht ik jou met klamme hand:
    Laat ons niet zo onverschillig lijken.
    In stilte schoof ik langzaam naar jouw kant.

    Ik voelde armen gretig naar me reiken,
    in onze warmte kwam iets nieuws tot stand:
    Eén lijf, om onze rafels glad te strijken.

  • Terugkomen

    Mijn vader verscheen
    door de laatste klanken
    Pie Jesu heen.

    Stil, zoals hij was, nabij,
    maar nooit vooraan.
    Een milde hand
    die zonder dwingen
    nog voor de vraag
    een antwoord bracht.

    Verlicht voor even levend,
    geordend in de zachte
    keuzes van mijn zus
    die zwijgend met mij keek.

    Vanachter de baar
    en recht vooruit
    zag ik hem terug,

    door de tranen in haar ogen.


    De vader, zusje en zus van Johan Hadeke met de dichter zelf midden achterin.
  • Ze zeiden dat je dood was

    Ze zeiden dat je dood was.
    Dus kwam ik even kijken:
    Was je dood of toch in leven?

    Ze zeiden dat je dood was.
    Ik zag je dikke bos met haren,
    je zwarte baard, het grijs van jaren.

    Ze zeiden dat je dood was.
    Steeds stond jij langs de lijnen
    van de velden en de judomat.

    Ze zeiden dat je dood was.
    Hoe we samen zwierven in Parijs
    en die snelle lift van Montparnasse.

    Ze zeiden dat je dood was.
    Je zwarte leren polstas die
    je steevast meenam bij kamperen.

    Ze zeiden dat je dood was.
    Je vaste stoel, tv met sport en
    lezen, lezen, zoveel lezen.

    Ze zeiden dat je dood was.
    Ze zeiden dat je dood was.

    Ze zeiden dat je dood was.
    Dus keek ik hier maar even:
    Ik zag vooral volop

    jou leven.

  • Waarnemer

    Je handen bleven zweven alsof
    ze voor je lichaam uit
    de hemel vonden.
    Van bed naar brancard,
    brancard naar auto naar
    gekoelde kamer om
    strakjes toonbaar.

    Nu ‘s avonds stream
    ik de docu over Kylie
    Minogue
    en voel
    de tranen branden.

    Wie zal er na jou komen?

    Je bent dood
    en wat

    moet ik voelen?

  • Opsteken

    ‘Je weet wat ze zeggen over de lange vingers van een man,’ zegt Josje uit het niets.
    Ze heeft groene ogen, kattenogen. Ik ken haar al lang.
    ‘En weet je wat ze zeggen over de grootte van de neus bij een vrouw?’ verzin ik ter plekke.
    ‘Nee. Wat dan?’
    ‘Hoe groter, hoe dieper.’
    ‘Echt?’ zegt ze.
    Ze lacht. Haar kleine neus wipt omhoog. Ze wrijft er met haar duim over.
    ‘Kom eens met je vinger.’

    Ik steek mijn middelvinger naar haar uit. Ze buigt naar voren. Met gesloten ogen neemt ze hem tussen haar lippen en zuigt de volle lengte langzaam naar binnen. Ik voel het pulsen van haar tong. Langzaam schuift ze haar mond op en neer. Met een plop schiet mijn vinger los. Ik schrik.

    ‘Nee, het klopt niet,’ zegt ze.
    ‘Wat?’
    Ik duw met mijn vrije hand de bult in mijn broek weg.
    ‘Over mijn neus en de lengte van je vinger. Jou kan ik hebben. Met gemak.’

    Ik bloos. Ze lacht. We zitten aan tafel in haar studentenkamer. Aangeschoten. We hebben een keer gezoend. Alleen dat.
    ‘Raken vrouwen echt opgewonden van woorden alleen?’ vraag ik.
    ‘Hoe bedoel je?’
    ‘Erotische zinnen.’
    ‘Van zinnen houd ik,’ zegt Josje. ‘Woorden weet ik niet. Probeer eens.’

    Haar neus wipt opnieuw op.

    ‘Je ogen,’ begin ik, ‘hebben een scherpe blik. Klaar om je prooi te kiezen en te verslinden.’
    Ik kijk haar aan, ze kijkt strak terug.
    ‘Hmm, kattenogen? Geen smaragden of liever, diamanten?’

    ‘Je haren dansen als de twijgen van een gouden regen in de lentewind, die de geur van je parfum meeneemt.’
    Ik zwijg even en ruik wijn en oude pizzadoos. Josje staat op en strijkt met haar hand langs haar kin en hals. Weer duw ik op mijn gulp.
    ‘Ja hoor, gouden regen. Klitten dus. Ik ben meer een treurwilg, met een trotse stam en een weelderige kruin.’

    ‘Je opgeheven kin toont je trots. Het kuiltje dat meedeint met je ademhaling verraadt de spanning die zich langzaam opbouwt.’
    ‘Spanning? Hmmm.’

    Ze glimlacht uitdagend en danst mee op het ritme van mijn woorden. Langzaam opent ze haar blouse, knoopje voor knoopje. Mijn hart bonst bijna hoorbaar.
    ‘Je houdt je huid verborgen voor het zonlicht. Je moedervlekjes zijn tegen het wit goed zichtbaar als kleine imperfecties die een muze tot leven brengen.’

    De blouse glijdt van haar lichaam.
    ‘En, achttien plus genoeg zo?’ vraagt ze.
    Een druppel zweet glijdt vanuit mijn oksel langs de binnenkant van mijn arm.

    ‘Je borsten,’ ik slik even, ‘zijn klein en stevig. Je huid vraagt om aangeraakt te worden.’
    Josje draait zich om, ze wiegt heen en weer en haakt het bandje van haar bh los. Haar ruggengraat slingert als een slang. Haar lichaam ruist met haar bewegingen mee. Ik probeer weg te kijken.
    ‘Ga door,’ zegt ze.

    Graag, denk ik.

    Josje keert zich naar me toe. Ze kneedt de welvingen met haar handen.
    ‘Je navel rekt mee met de beweging van je strakke buik.’
    Ze laat haar borsten los en slaat er een arm omheen. Met haar vrije hand strijkt ze over haar buik. Ze kijkt me strak aan en rilt een beetje. Mijn adem stokt. Haar hand glijdt onder de strakgespannen band van haar broek die door de kruipbeweging openspringt. Ik zie haar met kant afgezette slip.

    ‘Damn,’ zucht ze, ‘toch aangekomen.’
    Ze sluit haar ogen.

    ‘Je ademhaling keert terug in je liesstreek. Terwijl je broek naar beneden zakt, beginnen je tepels te twijfelen tussen kou en opwinding.’
    ‘Kou,’ antwoordt Josje.

    Ik hoor haar nauwelijks, wil mijn handen uitsteken en haar aanraken. Ik wil haar heupen pakken om haar te kussen in het centrum van haar lichaam. Mijn tong langs de binnenkant van haar dijen naar boven bewegen.
    ‘Je bent een godin, die …’

    In gedachten scroll ik door de afbeeldingen van mijn mobieltje.
    ‘Een heilige die hunkert naar …’
    Ik hoor mijn gedachten terug in de echo van mijn woorden.
    ‘Die …,’ aarzel ik. ‘Die …’

    Ik zie ons in de spiegel. Mijn rode bezwete hoofd, de rommelige kamer en Josje. Mijn erectie zakt weg. Met één hand steunt ze op mijn knie. Ik voel haar adem, ruik de wijn. Ze wankelt onhandig. Haar broek zakt eindelijk op haar enkels.

    ‘Euh …,’ vervolg ik.
    ‘Euh, wat?’

    Josje gaat staan. Haar vaalrode onderbroek wiegelt voor mijn neus. Er zit een draadje los. Ze kijkt me aan.
    ‘Nee,’ zegt ze. ‘Dit werkt niet.’

    Opnieuw is het stil. Ik voel me opgelucht. Weer die opwippende neus. Ze trekt haar broek op en grist de blouse van de grond. Ik wrijf zachtjes over mijn gulp.
    ‘Blijven oefenen,’ zegt ze met ontbloot bovenlijf.

    Lachend steek ik mijn middelvinger naar haar op. Even staat hij in volle lengte tussen mij en Josje.

    Dit past, denk ik.


    Dit verhaal werd geschreven naar aanleiding van de wedstrijd van Het Rode Oor 2026 van Nieuwe Buren, met als opdracht om te spelen met de clichés van het erotisch genre.