

Lees hier de bijsluiter Bijna non-fictie.
Vanaf de tafel is je moeder
klikkend, schuivend in de weer.
Nauwelijks hoorbaar zacht geruis
vanuit verstilde blik, bevroren lijf.
Het gedempte licht dat danst
op het ritme van de foto’s.
Gespiegeld in de glazen van
mijn liefste, kijk ik mee en sta
opeens weer volop in die tijd.
Ik zit en zie. Ik hoor het zuchten
vanaf die plek, waar onze dochter
tot één verhaal weer aan elkaar
geklikt wordt. Alle beelden zijn
de keuzes van je moeder in haar
haast de dag te halen waarop
jij volwassen bent.
Zo reis ik langzaam door het vage
venster, van een afstand, voorbij
jouw geboorte, langs je moeder.
In gedachten naar mijn jaren
die jij achter je zult laten,
ontmoet ik daar mezelf als jongen
en zoek mijn eigen vader. Hij
is pas gestorven, al begraven.
Terwijl ik nu jouw jeugd al mis,
geldt voor hem het missen dat ik mis.
Ik kan wel zeggen dat ik trots ben, want
dat ben ik ook, maar jij zou naar me kijken
met een blik die mij zou dwingen uit te wijken
naar een lach en nee: niets aan de hand.
Maar hee, mijn kleine die niet klein meer is,
van mij kun jij adviezen slecht verdragen
om daarna telkens om advies te vragen,
dan vind ik soms het meisje dat ik mis.
En in jouw ogen toont zich vroeger weer,
ik laat me leiden naar een ver verleden
en zie je langzaam groeien naar dit heden:
Pas nu zie ik mijn kleine meid niet meer.
Maar meisje, meisje, laat je niet vergissen:
Groei! Laat mij jou elke dag weer missen.
We kwamen smeltend uit de nacht
en sloten gordijnen tegen stralen
van de zon, de zinder van de lucht.
Ventilatoren als gekantelde drones
hielden het nieuws buiten de muren.
Zo vertoefden we even zoemend
in dit kogelvrij paradijs.