aan de tafel stralend zit de jongen
gehuld in lijf van achtentachtig jaar
met rimpels, slappe wangen, grijs het haar
tóch heeft hij de ouderdom bedwongen;
verhalen met gelach en armgebaar
onnavolgbaar zijn gedachtesprongen
heel het leven wordt door hem bezongen
zo lijkt hij onbezorgd te klinken, maar
ik ken de zegeningen die hij telt
hoe hij ver verleden onbeschreven
laat, in stiltes niemand vragen stelt,
daarmee alle dagen van zijn leven
vieren blijft, maar zie zijn arm die meldt:
Auschwitz, cijfers in zijn vel gedreven
Geef een reactie