als kind kon ik golven laten deinen op het ritme van mijn zang
mijn dansen deed de aarde beven
en mijn blik ontvlamde alle bomen die ik zag
door te denken genas ik mensen net zozeer
als de ziekten die ik ze wensen kon
of de dood meteen genadeloos
ik bepaalde in formules die ik nu alweer vergeten ben
de afstand en de tijd om kwade legers te bestrijden
met een zacht geslaakte zucht
nu besta ik alleen nog in gedachten en bedenk
hoe kinderen na mij de gaven uitproberen
steeds opnieuw weer nieuwe kleine goden
zo heb ik mijn plaats al lang geleden afgestaan
heel soms probeer ik het nog eens tevergeefs
ik ben een god slechts in ‘t diepst van mijn verlangen