Gedichten


  • Gods attributen

    als kind kon ik golven laten deinen op het ritme van mijn zang
    mijn dansen deed de aarde beven
    en mijn blik ontvlamde alle bomen die ik zag

    door te denken genas ik mensen net zozeer
    als de ziekten die ik ze wensen kon
    of de dood meteen genadeloos

    ik bepaalde in formules die ik nu alweer vergeten ben
    de afstand en de tijd om kwade legers te bestrijden
    met een zacht geslaakte zucht

    nu besta ik alleen nog in gedachten en bedenk
    hoe kinderen na mij de gaven uitproberen
    steeds opnieuw weer nieuwe kleine goden

    zo heb ik mijn plaats al lang geleden afgestaan
    heel soms probeer ik het nog eens tevergeefs
    ik ben een god slechts in ‘t diepst van mijn verlangen


  • Muurbloem

    laat je ogen dwalen, kijk maar niet naar mij
    iedere steen in deze muur
    vormt de woorden van een oud verhaal
    de schelpkalkmortel als spaties, komma’s, punten
    als zuchten zonder letters
    en ik daartussen zoek houvast
    pluk me niet, kijk weg, blijf dwalen,
    want pas dan
    laat ik heel misschien mijn bloemen naar je hangen
    en zal ik me naar je voegen
    als jij het toestaat om
    op de eeuwigheid te blijven groeien

    Ingezonden voor de Rinke Tolmanpoëzieprijs te Soest, met Muurbloem als thema. Geen prijs. 🙂


  • Uitgesproken

    hier past ieder woord dat ik bedenken kan
    een belediging een vloek
    een zin waarvan ik weet
    dat ik strakjes sorry zeggen zal
    waarmee ik jennen kan
    en makkelijk onderuitgezakt
    veilig op de bank
    ongenuanceerd en bijna anoniem
    een waarheid schrijf
    die al na mijn eerste punt
    vervlogen is
    ik zou het kunnen

    als ik mijn vrijheid neem

    een ander verzwijg
    en in beperkte stilte
    niet tot denken kom


  • Lente

    daar is de achtertuin waar vogels fluiten,
    een vroege bij langs bloem en stelen zwenkt.
    de zon, in stralen sprekend, naar mij wenkt:
    kom dan, kom dan, kom toch snel naar buiten.

    en hier de keuken waar ze koffie schenkt.
    nog voor ik woorden vind om mij te uiten,
    is zij mij voor, ze draait, haar lippen tuiten;
    een kus waarin ze onze liefde drenkt

    is dit de tijd om eindelijk te vragen
    naar dromen over een gezin? ik zucht,
    besluit het nu met haar maar eens te wagen

    ze kijkt me even zwijgend aan. de lucht
    verduistert en ik voel mijn kans vervagen.
    een vogel pikt de bij uit volle vlucht.

    Met dank aan Wouter van Heiningen die via deze post de inspiratie startte: https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/04/29/misplaatst-in-de-tijd/


  • Oud verhaal

    als ik in rijmvorm wil gaan dichten
    grijp ik snel naar oude taal
    om grootse daden te verrichten
    in archaïsch woord kabaal

    schets ik romantiek in vergezichten
    lurk ik aan de heil’ge graal
    laat ik Cupido zijn pijlen richten
    op zoek naar een gemaal

    zwijgend kijk ik hier de kamer rond
    en laat die woorden maar ontglippen
    oude zinnen stokkend in mijn mond

    ik buig naar voren en besluit te nippen
    aan de muze die hier al voor mij stond
    en rijm mijn woorden zachtjes op haar lippen