Gedichten


  • Hoe kinderen een vader opvoeden

    ze leren je tellen tot drie
    als het bord weer niet leeg is
    tot tien ook wel
    en soms nog hoger
    als je je rust wilt bewaren
    ze benen de taal uit tot
    bijna
    ok
    ja hoor
    zal wel
    en stellen hun grenzen
    nog sterker dan jij je grenzen stellen kunt

    ze verleggen jouw bedtijd
    in opstandige taal
    leren je argumenteren
    blijven net zo lang stappen
    tot je eerder in bed ligt dan zij
    ze knipperen hun ogen niet
    en zo
    gaan
    jaren
    voort want
    jij knippert wel met je ogen
    tot ze plots het huis verlaten hebben

    en je misschien wel hoopt
    dat ook zij ooit
    opgevoed gaan worden
    door een volgende generatie


  • Overgave

    ik was de vrede op een zonverwarmde dag
    geen wolken aan de hemel
    geen vuiltje aan de lucht
    zelfs strepen van straaljagers afwezig

    was ik de vrede op een zonverwarmde dag
    het water vol hitte
    de wind blijft strelen
    de krimpende vrede die ik was

    en was
    en was
    en was
    tot alle kleur verdwijnt
    en ik mijn witte vlag kan hijsen


  • Bestaan

    de tijd bestond nog niet
    voordat we tellen konden
    geen stappen voorwaarts

    wat we zagen was nog niet
    er waren enkel beelden
    geen betekenis

    de vallende boom in het woud
    die nooit is waargenomen
    kan daardoor niet bestaan

    maar iemand nam het woord
    keek en hoorde, rook en proefde, 
    voelde en sprak tot leven

    zoals jij naar mij kijkt en
    door simpel ja te zeggen
    ons steeds weer samenhoudt


  • Thuisreiziger

    het ijzer dat hier lag is nu al lang
    geleden aan de vlakke grond ontrukt
    en laat er telkens nieuwe sporen achter
    klaar om elk moment op weg te gaan

    zit eerst eens rustig neer in zonlicht of
    zoek in dit gebouw zo oud beschutting
    laat u leiden door de bui waarin u
    dwalend deze plek gevonden heeft

    reis in onverankerde gedachten
    naar plaatsen die u nog bezoeken wilt
    en mijmer over oorden nooit nabij

    thuis is dan geen eindstation maar meer
    het continu verlangen naar vertrek
    een zekerheid om ooit op terug te komen

     

    (Geschreven ‘naar’ het oude goederenstation van Zwevegem, België.)

     


  • Vlucht

    de uil van minerva
    wiekewaggelt in lamme slag
    door de donkere luchten
    die verdraaide waarheid achterna

    in een wollige mist van woorden
    verhullen vale gelaten
    zich spiedend naar de plek
    om in angst op hem te schieten

    zo fladdert hij over grenzen
    en vindt van eerdere gedachten
    de echo niet meer terug
    zijn kompas is hij al tijden kwijt