“Ik heb gewonnen!”, schalt het over de camping.
Hij zit voor de tent een boekje te lezen in de zon.
Een aantal jongens rijdt een wedstrijd van steeds één rondje.
“Alweer gewonnen!”
Inderdaad is het weer dezelfde stem die ik hoor.
“Zeg, je mag wel doorrijden hoor jongetje.”, zegt hij.
Als ik door het raampje kijk zie ik hoe hij vanuit zijn rolstoel met brede armgebaren een soort verkeersaanwijzingen geeft. Een fiets rijdt weg.
“Ik zei net ook al dat je door mocht rijden.”, hoor ik even later.
Als ik naar buiten loop zie ik één van de jongetjes met open mond staren.
“Ja papa. Dat jongetje denkt ‘Hee een jongen in een rolstoel’. Alsof dát nou zo bijzonder is.”
Alles chronologisch
-
Publiek.
-
op het droge
met opgekruld lijf
ligt de gup verstijfd tegen de kom
opgesprongen uit het water
naast het glas beland
met betraande ogen
staat de jongen
zijn angst te overwinnen
en pakt met bibberende hand
en een stuk papier
de visin een lucifersdoosje
wordt hij begraven
in de tuinik kijk
en zie
mijn zoon
en weetmijn schaapjes
op het droge -
Gevoelloos.
“Zo, dat gaat snel!”, denk ik terwijl ik de tinteling razendsnel vanuit mijn voeten omhoog voel komen.
Mijn vriendin had me de advertentie laten zien toen ik weer in huilen was uitgebarsten. Nu bij een vis die uit het aquarium gesprongen was.
“Loos uw overgevoel in een half uurs behandeling.”
Bij de intake had ik korting gekregen als ik mijn lichaam bij overlijden af zou staan.
“Nou maar hopen dat het goed gaat.”, zei mijn vriendin met een knipoog.
Maar in de ruimte waar ik zit heb ik een noodknop en help schreeuwen mag ook. Tinteling en koudegevoelens horen erbij.
Dan overvalt me een paniekgevoel. Ik kan me niet bewegen.
“Help!”, wil ik roepen terwijl mijn tanden op elkaar vriezen. -
Zeldzame aandoening.
“Ik wil nooit, nooit, nooit meer zwemmen.”, zegt hij en bij iedere ‘nooit’ gaat het volume omhoog.
We zijn wel wat gewend, maar nooit meer willen zwemmen is een verrassing voor mij. Iedere week gaat hij met zijn vaste begeleidster naar het zwembad en dan hebben ze veel plezier.
Mijn vriendin vertelt dat er bij het zwembad een man twee gehandicaptenparkeerplaatsen ingenomen had door onhandig inparkeren. De begeleidster vroeg vriendelijk aan de bestuurder of de auto verzet kon worden. Zij kreeg onverwacht verbaal keihard de wind van voren. Hij hoorde dat.
“En nu wil ik nooit meer zwemmen!”
Veel verder dan omkleden waren ze ook niet gekomen..
Ik vervloek de automobilist hartgrondig. Gelukkig zijn mensen met dit stoornistype uiterst zeldzaam. -
Tijdsbesef.
We zitten te eten aan tafel en hij speelt met wat wij laten rondslingeren. Een digitaal reiswekkertje en een spuitje. Het spuitje gebruiken we om zijn sonde met water door te spoelen.
“Komen jullie aan tafel.”, heb ik vlak daarvoor tegen de drie kinderen gezegd.
“Wat eten we eigenlijk?”, vraagt hij.
“We eten nasi.”, antwoord ik.
Het ‘we’ is relatief, want hoewel hij aan tafel zit eet hij niet mee.
“Met dit spuitje zuig ik de tijd uit dit wekkertje.”, zegt hij met grootse gebaren.
Hij draait het spuitje in de lucht en ‘spuit’ het leeg.
“Nu zijn we weer terug in het verleden.”
Een grijns verschijnt op zijn gezicht.
“Komen jullie aan tafel?”, zegt hij met een verdraaide stem.
