‘Ik stop een bom in dit huis en laat hem ontploffen! Daarna vermoord ik iedereen!’
Hij heeft buikgriep en voelt zich beroerd. Dat hij een maagklep heeft en moet spugen helpt niet mee.
‘Ik vernietig jullie allemaal! En o ja, o ja papa, jou vind ik ook niet meer lief.’
Op school kan hij ook wel eens zo reageren. We hebben uitgelegd dat het eigenlijk maar één ding betekent. Hij wil zeggen:
‘Ik voel me niet prettig en weet niet hoe ik dat duidelijk moet maken.’
Dat is dus ook de vertaling van:
‘Ik wil nooit, nooit, noooooit meer televisie kijken! Gooi dat ding uit het raam!’
Maar het blijft raken als hij zegt:
‘Oooh, was ik maar nooit geboren.’
Alles chronologisch
-
Lichtgeraakt
-
de dag dat jij de wereld redde
de laatste zonnestraal
verliet wat toen al niet bestond
en had bestemming aardeals een razende kwam hij aan
acht komma drie
lichtminuten
schone schijn
om te doven in mijn oogwenkmaar de glimlach
op mijn mond werkte
heel aanstekelijkhoewel ik sliep
en waarschijnlijk droomde
over jou
had ik de zon
opnieuw ontstoken -
Beeldig
‘Grrm. Ha! Ook na duizend keer werd hij er afgeschobbejakt.’
‘En daar werd de zingende draad en de katapult uitgevonden.’
Hij leest luidop pratend een stripboek.
‘Steek je handen omhoog cowboy! En hij hield zijn handen héél lang omhoog.’
Op zich kan hij redelijk lezen. Eenvoudige zinnen reproduceert hij met gemak. Als de televisie aanstaat lukt het hem flarden van ondertitelde programma’s te lezen. Maar lezen is iets voor op school en niet thuis.
Stripboeken zijn geen gewone boeken, daar krijgt hij nooit genoeg van. Soms lezen we ze voor. Meestal leest hij ze zelf.
Hij stoort zich niet aan verhaalopbouw en logische lijnen. Hij ziet honderd verhalen in één boek. Voor hem is ieder plaatje een verhaal op zich. -
Uit de schaduw
‘Weet u dat daar het Rechthuis stond?’
Ik zit aan de rand van de Brink. De bollen die de straat markeren lijken door hun korte schaduwen -als een soort remsporen- plots tot stilstand te zijn gekomen. Het is lekker warm. De man is ongevraagd naast me komen zitten.
‘Hoe bedoelt u Rechthuis?’ vraag ik.
‘Van hier uit werd Baarn bestuurd. U komt hier niet vandaan merk ik.’
Ik kom hier inderdaad niet vandaan. Eigenlijk wil ik hier op dit moment ook helemaal niet zijn. Ik ben gaan wandelen. Voor mij was er toch niets te doen. Dat heb ik aan anderen overgelaten.Sinds anderhalf jaar ken ik haar nu. Ze heeft al een kind, maar voor mij zijn kinderen geen bezwaar. Haar dochter is gelukkig een leuke meid en we hadden al snel een band. Ik zie haar en haar moeder bijna om de dag. Het zijn de zonnige dagen in mijn leven.
‘Omdat Baarn geen wallen en muren mocht bouwen, betaalde het mee aan de verdedigingswerken van Amersfoort. Dat gaf de inwoners het recht om in tijden van gevaar daar te schuilen.’
De man naast me praat aan één stuk door.
De remsporen van de bollen zijn ongemerkt langer geworden. Kinderen spelen in de muziektent. Meestal een tikspelletje of een toneelstuk. Spontaan een lied aanheffen zit er niet bij. Haar meid zou dit ook leuk gevonden hebben. Ze is nu bij haar grootouders. De hele toestand zou te belastend zijn en dat ‘moesten we niet willen’. Ik heb ze net nog aan de telefoon gehad.
‘Ze speelt doktertje,’ vertelde opa. ‘Nu ja, zij is de verpleegster. Ze heeft de hele verkleedkist overhoop gehaald. Van ons mag ze hoor.’
‘Geef haar een dikke knuffel van me. Vanavond kom ik even langs. Ik bel zodra ik nieuws heb.’De man naast me is in grote sprongen door de tijd gegaan.
‘Dat paard daar herinnert aan de drinkbak die hier ooit stond.’
Het is zaak om op de juiste momenten te knikken. Af en toe herhaal ik een paar woorden in een vragende zin. Zo hoef ik niet op de inhoud te letten, maar wordt het gerustellende gekabbel van het verhaal voortgezet. Het leidt me op een aangename manier af.
Er rijden meer auto’s voorbij dan ik verwacht had. Uit het winkeltje heb ik wat pakjes sinaasappelsap meegenomen. Ik bied mijn verhalenverteller een pakje aan. Even is het stil, maar al snel zitten we in de verbintenis van Baarn met het vorstenhuis.
‘Natuurlijk,’ denk ik, ‘sinaasappels en het huis van Oranje.’
‘Die bank is geplaatst naar aanleiding van het 25 jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina. In het stationsgebouw was trouwens een aparte wachtruimte voor de koninklijke familie. Voor koningin Juliana, prins Bernhard en de prinsesjes.’Mijn gedachten gaan naar prins Bernhard en zijn vele vermeende escapades. Die zijn niet aan mij besteed. Ik ben trouw aan mijn vriendin. Zij is de tweede relatie in mijn leven. Ik weet zeker dat ik nu mijn ware heb gevonden. Haar wil ik nooit kwijt raken en dat maakt me juist zo bang.
‘Prins Bernhard is vaak opgenomen in het ziekenhuis. Hij heeft ook veel operaties moeten ondergaan. In die zin was het wel een medisch wonder.’
Aan de bollen zie ik hoe de tijd steeds verder verstrijkt. Ze kent mijn angsten goed.‘Ga maar,’ had ze gezegd. ‘Je maakt me alleen maar zenuwachtig met je gedrag.’
‘Maar ik wil bij je blijven.’
‘Ga wat doen. Zoek wat afleiding. Ze hebben je nummer.’
Ik wist dat ze gelijk had. Met een innige kus nam ik afscheid.
De bevalling van haar dochter was op zich spoedig verlopen, had ze me ooit verteld. Toch bleef ze steeds last van pijn houden.
‘En met een knappe vent als jij moet ik daar natuurlijk geen pijn hebben,’ had ze knipogend gezegd.
Ondanks dat ik nog uren te gaan had, besloot ik in de buurt te blijven. De dag van vandaag toonde maar weer eens dat stralende dagen de schaduwen nog scherper aftekenen. Ik blijf blij met de man naast me. Hij leidt me door deze uren.
Mijn mobiel gaat. We schrikken er allebei van. Met een verontschuldigend gebaar naar mijn gesprekspartner neem ik hem aan.
‘Meneer Daatse, het is helemaal goed gegaan hoor. Ze ligt nu in de uitslaapkamer. Als u over een half uurtje komt ligt ze weer op zaal.’
Ik voel dat de opluchting zich door mijn hele lijf verspreidt.
‘Alles goed?’ vraagt de man aan mij.
Met een grote glimlach kan ik hem bevestigend beantwoorden.
Ik heb het gevoel dat niet alleen haar bekkenbodem verstevigd is. -
versieren
als vrienden kenden wij elkaar al lang
toen ik -student- mijn kamer op moest knappen
zij was handig met de schaar en lappen
en het knippen van een rol behangzoals dat hoorde na het klussen stappen
voor meer dan vriendschap waren wij niet bang
en toch kwam door ’t drinken in gedrang
de grens waar Amor snel toch toe kan happenna praten lachen kussen schaamte blozen
toch weer zoenen giechel stevig pakken
op de fiets naar huis om lief te kozendit bedacht ik bij haar nagellakken
op het behang ook kleurde rood de rozen
maar zíj bleef tot mjn vreugd het beste plakken
