Alles chronologisch

  • Slachtrituelen

    I.

    De keuken vult zich met de geur van gebakken kippenlevertjes. Ze hebben eerst liggen weken in melk, voordat ik ze met sjalotjes en een mengsel van pittige kruiden bereid. Zelf geef ik geen namen aan kippen, maar mijn buurmeisje noemde één van hen Karel Kraaima. Zodra Karel begon te kraaien heb ik hem met een schietpen en een halssnee geslacht.
    Het heeft iets religieus. Het klaarleggen van alle benodigdheden, het wachten tot de avond valt en alle handelingen zonder aarzelen uitvoeren. Het dier is al dood voordat het besef tot hem door kon dringen. Ik heb geen moeite met doden van beesten. Mijn kippenren is altijd goed gevuld, daar zorg ik wel voor.
    ‘Hier is het stokbrood lieverd.’
    Marga komt binnen. Ze neemt de zomer mee in haar luchtige jurk. Zweet glinstert op haar bovenlip en haar blonde haren plakken op het voorhoofd. Ze gebruikt alleen wat oogpotlood, meer heeft ze niet nodig.
    ‘Het ruikt weer heerlijk. Wat drinken we er straks bij?’
    ‘Een rode wijn natuurlijk. De Beaujolais Villages lijkt me prima’, antwoord ik. Wat mij betreft drinken we alleen maar rode wijn. Marga gaat daar niet helemaal in mee. Als we al eens ruzie hebben, dan gooit ze me mijn kwade dronk altijd voor de voeten. Ze weet dat ze me daar nog bozer mee krijgt. Ik heb geen kwade dronk. Ruzies maken we altijd goed, vaak door eerder naar bed te gaan en wat langer wakker te blijven.

    ‘Meneer Minkema laten we het nog één keer doornemen.’
    De kamer is kaal, maar lijkt niet op de verhoorkamers uit televisieseries. Ik heb barstende koppijn en mijn hele lijf schreeuwt om aandacht. Ik wil hier weg. Slapen. Nadenken. Wat overkomt me?
    ‘Wat wilt u verdomme nog van me weten, ik heb u alles verteld. Het bed was leeg toen de wekker ging. Toen wist ik al dat het niet klopte. Ze staat nooit voor de wekker op.’
    Het is duidelijk dat ik tegenover een man zit die mij niet wil geloven.
    ‘Krachttermen zijn nu niet nodig, meneer Minkema.’
    ‘Krachttermen zijn de enige godverdomse woorden die hier passen meneer! Mijn vriendin is dood en ik word hier ondervraagd alsof ik haar vermoord heb. Ik wil haar zien!’
    ‘In het belang van het onderzoek kunnen we u niet naar haar toe laten gaan. Eerlijk gezegd denk ik dat u dat ook niet zou willen. Een autopsie is geen fijn gezicht.’
    Hij glimlacht bij deze woorden. Ik krijg de neiging deze man een ram recht tussen zijn ogen te geven. Ik verbijt mijn woede.

    ‘Marga was een goed mens. Ze zette zich met passie in voor haar werk in het asielzoekerscentrum.’
    Haar broer Paul spreekt. Ik word in de aula gedoogd, omdat ik nu eenmaal haar vriend was. Officieel ben ik geen verdachte meer. Haar moeder heeft nog geen blik met mij gewisseld, via haar zus moest ik horen wat de familie besloten had. Ik mocht niet spreken. Ik kan het ook nog wel begrijpen.
    Een politieman in burger maakt vrij openlijk opnames van de aanwezigen. De kist op de verhoging doet me weinig, het hele ceremonieel doet me weinig. Marga is weg en wat er in de kist ligt kan Marga niet zijn.
    Vanuit mijn zitplaats heb ik redelijk zicht op de aanwezigen. De meesten ken ik niet of nauwelijks. De donkere man in zijn meer dan nette pak valt meteen op. Tranen rollen over zijn wangen.
    ‘Rot op!’, denk ik.
    ‘Waarom huil je om mijn vriendin terwijl ik jou niet eens ken.’
    Straks zal ik weer naar een leeg huis gaan. Niemand die er aan heeft gedacht om in de dagen dat ik vastzat wat drinken aan de kippen te geven. Twee hadden dat niet overleefd.

    Na de begrafenis volgt het koffiedrinken.
    ‘Excuse me’, hoor ik nadat ik een flinke duw heb gekregen. De koffie golft over mijn colbert.
    ‘Het is wel goed joh’, antwoord ik terwijl ik in het gezicht van de donkere man kijk. Hij kijkt me onbeholpen vragend aan.
    ‘It’s OK’, zeg ik er achteraan.
    ‘You are Marga’s friend, isn’t it?’
    ‘I can’t denie that.’
    Mijn Engels is belabberd, maar ik wil weten wie deze man is.
    ‘And you are?’
    ‘Call me Dwight. I’d like to talk to you soon. I’ve got something to tell you.’
    ‘Tell me right away.’
    ‘That is not possible I’m afraid.’
    De politie neemt volop foto’s van ons. Ik heb er genoeg van.
    ‘Wait a minute. I’ll be right back.’
    ‘Zeg diender denk je dat ik straks nog wat nabestellingen bij je kan doen?’
    ‘Meneer Minkema, ik doe slechts mijn werk.’
    Ik weet dat een discussie geen zin heeft en ga weer terug naar Dwight,
    Waar ik ook kijk hij is weg.
    Zonder afscheid te nemen verlaat ik de begraafplaats, de wereld kan in de stront zakken. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik hoe zelfs mijn vertrek wordt gefotografeerd.
    Thuis zet ik het op een drinken.

    Lichten zwaaien langs mijn gordijn en ik hoor stemmen in de tuin. De voordeurbel rinkelt onophoudelijk. Drie uur ’s nachts. Naakt open ik de deur.
    ‘Meneer Minkema, we hebben uw buurmeisje gevonden in uw kippenren. U zult begrijpen dat u met ons mee moet komen.’

    II
    ‘And no more shall we part!’
    Het volume staat hoog, de muziek knalt uit de luidsprekers en wij schallen samen met Nick Cave mee. Drie flessen rode wijn hebben we gedronken. Marga is het beste dat mij is overkomen.
    ‘Ik lust er nog wel een’, hijgt ze aangeschoten in mijn oor.
    We struikelen over elkaar heen in mijn poging om bij de wijnfles te komen.
    Marga grijpt dit moment met beide handen aan. Ze kust me hartstochtelijk vol op mijn mond en haar handen klauwen onder mijn blouse over mijn rug. Marga is een nagelmens. De striemen voel ik op mijn vel verschijnen. Het windt me enorm op.
    Ik ken haar nog maar twee dagen. Dit is de vrouw van mijn leven. Met haar ga ik oud worden en kinderen krijgen.
    Hoe dronken ik ook ben, dit weet ik zeker.

     
     
     
     
     
     

    Dit verhaal schreef ik als inzending voor een thrillerwedstrijd ‘Schrijf je eerste hoofdstuk in 1000 woorden’. De winnaars kun je hier terugvinden.
    Ik zal het niet uitwerken tot een boek. 😉

  • Verwerken

    ‘Mag ik de champignons snijden?’
    Hij komt naar de keuken gereden met zijn nieuwe werkblad op de rolstoel.
    ‘Natuurlijk mag jij dat.’
    We hadden dit hulpmiddel veel eerder aan moeten vragen. Geen gedoe meer met het opklaptafeltje. Het maakt hem weer zelfstandiger.
    Het stimuleren van die zelfstandigheid is lastig. Ik blijf hem -vaak uit tijdwinst- te snel helpen. Zo leert hij het nooit.
    ‘Hier, neem jij deze kwark mee die mag je voor de televisie eten. Bij het eten kom je wel bij ons aan tafel zitten hoor.’
    Even later meldt hij luid: ‘Klaar, kom hem maar halen!’
    ‘Nee hoor, je kan hem nu zelf brengen.’
    Even is het stil.

    ‘Ik vernietig dat werkblad! Had ik hem maar nooit gekregen!’

    Bijsluiter bijna non-fictie

  • Spoken zien

    ‘Wat een mooie helm!’
    We staan bij de ingang van een edelstenenmijn.
    ‘Mag ik de koptelefoon?’
    ‘Natuurlijk.’
    Hij kan nu de Nederlandse vertaling van wat de gids zal vertellen horen. Zijn broer heeft er ook één.
    Ik duw hem het rolstoelvriendelijke pad op.
    ‘OK, naar de volgende sectie!’, roept hij dwars door de gids heen. De vertaalstem loopt voor op het verhaal dat wij krijgen. De gids kan er gelukkig om lachen. Ook bij de volgende zes secties.
    ‘Hee, waar is dat spook nou?’
    Typisch een grap voor hem. Heerlijke fantasie. We gaan samen uitgebreid op zoek.
    ‘Heb jij het spook gezien?’, vraagt zijn broer die als bijna laatste de mijn uitkomt.
    De vertaalstem heeft meer verteld dan onze gids.

    Bijsluiter Bijna non-fictie.

  • Samen tijden (hulp gevraagd)

    Hieronder de weg om tot een sonnet te komen, dat ingezonden is voor een gedichtenwedstrijd. (Lees verder.) Mooi om te vermelden dat het gedicht samen met zes andere amateurdichters werd genomineerd. Nog leuker om te vermelden dat deze nominatie gold voor de allereerste versie van het sonnet en dus niet de versie waarmee deze pagina begint.

    Uitbreken (de finale)

    ik voel een kille lucht in huis terwijl
    mijn vensters voor het donker zijn gesloten
    de waarheid die naar binnen is geschoten
    doet niets want ik kijk weg en zoek mijn heil

    bij plat vermaak ik ken mijn lotgenoten
    daar in hun huizen zelfde levensstijl
    en met hen hang ik vormloos als een dweil
    stil op de bank het glas steeds volgegoten

    dan hoor ik roepen buiten en besluit
    het beest van angst dit keer een trap te geven
    nu niet meer schuilen nee ik schreeuw het uit

    de boodschap wordt van mond tot mond verheven
    hernieuwde kracht in eeuwenoud geluid
    de straat op samen start van veilig leven

    ______________________________________________________________________

    Bovenstaand gedicht ga ik insturen.
    In de tekst hieronder én de reacties kan je het hele proces teruglezen.
    Schrijven is schrappen en keuzes maken. Met alle feedback heb ik wat gedaan. Zoals je ziet heb ik het niet één op één overgenomen, maar het heeft mijn denken zeker beïnvloed. Dank daarvoor. Het paste helemaal in de kerngedachte van het sonnet.
    ______________________________________________________________________

    Op dit moment loopt er een uitdaging in de vorm van een wedstrijd om een gedicht van H. Roland Holst naar onze tijd te verplaatsen.
    De voorwaarden en het gedicht vind je hier.
    Een sonnet is altijd een mooie uitdaging. Zeker met deze vertaalopdracht erbij. Ik heb een sonnet gemaakt, maar ik ben nog niet tevreden. De essentie van dit gedicht is ‘samen’.
    Mijn vraag daarom: Schiet u maar. Op taal, woorden, ritme, stijl etc. Als het maar serieus bedoeld is.

    Uiterlijk 19 oktober moet het ingeleverd worden. Als ik het goed genoeg vind stuur ik het in.

    Eerst wat vooraf ging:
    Het gedicht van H. Roland Holst roept veel op en daar associeerde ik op verder. Toen ik om 22.30 u aan het hardlopen was in het park (lees dit als terzijde) was ik alleen. Het park staat bekend als enigszins onveilig. Toen kwam mijn oude gedachte op, dat we vaker gewoon de straat op moeten. Nu wordt die teveel bevolkt door schreeuwers en onverlaten. Hoe meer we binnen blijven, hoe meer deze groepen de straat bevolken.
    Ik kwam eerst tot dit sonnet:

    uitbreken

    mijn kamer vult zich met het nieuws terwijl
    de ramen met gordijnen zijn gesloten
    oorlog, armoe, mensen doodgeschoten
    het lijkt de dagelijkse levensstijl

    dus blijf ik net zoals mijn lotgenoten
    binnen in mijn huis en zoek mijn heil
    in plat vermaak zo hang ik als een dweil
    stil op de bank het glas steeds volgegoten

    nu lijk ik met mijn leven dik tevreden
    als plots mijn deurbel luid van zich laat horen
    dit uur normaal had ik bezoek vermeden

    zomaar laat ik mij gewillig storen
    zie mensen samen trots naar buiten treden
    angst valt weg een nieuwe kracht herboren

    Maar na de reacties en wat overpeinzingingen kwam ik tot versie 2:

    uitbreken (versie 2)

    het is al laat maar toch wil ik gaan rennen
    de kleren aan de schoenen dichtgeknoopt
    dan komt gevoel waarvan ik had gehoopt
    dat ik er toch wat sneller aan zou wennen

    angst voor wat er buiten misschien loopt
    aan onguur volk dat ik niet kan herkennen
    als crimineel of groepjes slechts aan ’t jennen
    het park de lichten zijn allang gesloopt

    daar sta ik voor de deur en ik besluit
    om niet aan mijn gevoelens toe te geven
    binnen blijven schuilen komt niet uit

    ik weet dat velen deze angst beleven
    dus bel ik bij de buren vorm een nieuw geluid
    naar buiten samen wordt de angst verdreven

    Vervolgens toch weer versie 1 bewerken:

    Uitbreken (versie 3)

    mijn kamer vult zich met het nieuws terwijl
    de vensters en gordijnen zijn gesloten
    een oorlog, armoe, mensen doodgeschoten
    geschrokken zap ik weg en zoek mijn heil

    bij plat vermaak zo voel ik mij omsloten
    hier veilig in mijn eigen levensstijl
    en met mij velen hangend als een dweil
    stil op de bank het glas steeds volgegoten

    toch blijk ik met mijn leven niet tevreden
    schreeuwen buiten weet mij plots te storen
    dan doe ik wat ik jaren heb vermeden

    open deuren zal me laten horen
    zie plots hoe mensen ook naar buiten treden
    angst valt weg een oude kracht herboren

    Maar ja ‘omsloten’ en die plotselinge ‘velen’. ‘mensen’ die ‘naar buiten treden’ is nog wat afstandelijk.
    Dus weer gesleutel en versie 4:

    Uitbreken (versie 4)

    mijn kamer vult zich met het nieuws terwijl
    de vensters en gordijnen zijn gesloten
    een oorlog, armoe, mensen doodgeschoten
    geschrokken zap ik weg en zoek mijn heil

    bij plat vermaak ik ken mijn lotgenoten
    daar in hun huizen zelfde levensstijl
    en met hen hang ik eenzaam als een dweil
    stil op de bank het glas steeds volgegoten

    toch blijk ik met dit leven niet tevreden
    schreeuwen buiten weet mijn rust te storen
    dan doe ik wat ik jaren heb vermeden

    open deuren zal me laten horen
    zie alle buren ook naar buiten treden
    angst valt weg een oude kracht herboren

    Weet iemand nog een alternatief voor ‘schreeuwen buiten weet mijn rust te storen’ of is dat aanvaardbaar?

    Na de reactie van Ladieda, nog wat aanpassingen en versie 5

    Uitbreken (versie 5)

    mijn kamer vult zich met het nieuws terwijl
    de ramen en gordijnen zijn gesloten
    een oorlog, armoe, mensen doodgeschoten
    het lijkt de dagelijkse levensstijl

    dus blijf ik net zoals mijn lotgenoten
    weer veilig binnen zap en zoek mijn heil
    bij plat vermaak ik hangend als een dweil
    stil op de bank het glas steeds volgegoten

    toch ben ik met dit leven niet tevreden
    schreeuwen buiten weet mijn rust te storen
    dan doe ik wat ik jaren heb vermeden

    open deuren zal me laten horen
    zie vele mensen ook naar buiten treden
    angst vervaagt een oude kracht herboren

    Toen kwam er mail binnen, met feedback en voorbeeld sonnetten. Bij herlezing van mijn versies vond ik ze vrij eendimensionaal. Er bleef weinig te gissen. Het gedicht mag wel wat meer magie, socialistische magie. Het blijft natuurlijk in de geest van H. Ronald Holst. Daardoor zitten ‘we’ nu op versie 6, waarbij één zin en één woord nog is aangepast. Die onderscheiden zich door de toevoeging (v6b) en (v6):

    Uitbreken (versie 6)

    ik voel de lege lucht in huis terwijl
    mijn vensters voor het donker zijn gesloten
    de waarheid die naar binnen is geschoten (v6b)
    (een zwaar gevoel dat wortel heeft geschoten) (v6)
    doet niets want ik kijk weg en zoek mijn heil

    bij plat vermaak ik ken mijn lotgenoten
    daar in hun huizen zelfde levensstijl
    en met hen hang ik vormloos als een dweil
    stil op de bank het glas steeds volgegoten

    dan hoor ik roepen buiten en besluit
    het beest van angst dit keer een trap te geven
    nu niet meer schuilen nee ik schreeuw het uit

    de boodschap wordt van mond tot mond verheven
    hernieuwde (herboren (v6b)) kracht in eeuwenoud geluid
    de straat op samen start van veilig leven

    Reageer! Je kan natuurlijk ook zelf mee gaan doen.

  • Overladen

    Om 16.30 uur komt hij thuis. Dat is later dan vorig schooljaar. Het duurt daardoor gelukkig minder lang voor hij televisie mag kijken. Hij staat –in zijn rolstoel- met zijn rug naar het scherm. Op die manier is de kans op een gesprek enigszins mogelijk.
    In het schoolschrift staan al wat opmerkingen uit de klas en van de therapieën.
    ‘Wat lees ik hier? Wat heb je vandaag voor knaps gedaan?’
    Zijn gezicht verandert in één grote lach.
    ‘Van fysio naar de klas gelopen! En weer terug!’
    Het staat ook in het schrift. Een forse afstand gelopen met zijn nieuwe loophulpmiddel.
    Zijn zusje van vier bekijkt het schouwspel.
    Ze roept luid: ‘Wat goed van jou!’ en begint hem onophoudelijk te zoenen.

    Bijsluiter Bijna non-fictie.