vandaag pak ik mijn botten bij elkaar
en span mijn huid eens extra aan
niet knellend strak maar rimpelloos
ik houd mijn buik wat in
en laat mijn bloed weer stromen
op het ritme van jouw hart
Alles chronologisch
-
Samenhouden
-
Binnen de kaders
‘Papa, ik ben moe.’
‘Kan je niet eens vertellen hoe het op school was?’
‘Nee,’ zucht hij theatraal, ‘ik kan niet eens meer denken.’
Om 17.00 uur mag normaal gesproken de televisie aan, dat is over een kwartier. Het is duidelijk dat hij totaal afgepeigerd is. Ik besluit de rolstoel toch voor het beeldscherm te zetten.
‘Papa, zoek jij een zender? Ik ben echt veel te moe.’
Vorig schooljaar was dat anders, toen had hij veel meer energie. We wilden zelfs naschoolse activiteiten opstarten.
Dat zal voorlopig niet gaan. De nieuwe taxi haalt hem om 7.15 uur op, om 6.15 uur gaat de sondevoeding aan en hij is niet voor 16.30 uur thuis. Helemaal binnen de richtlijnen voor het leerlingvervoer. -
Vroeger was alles beter
ik vond een cassette van de band
die ik alleen nog in gedachten horen wil
het drumstel eerst
dan de bas
het zoeken naar de toonsoort
voordat ik mijn snaren pakde zangeres steeds de zangeres
in hoog en laag
grommend schreeuwend kermend
zo uitdagend mooi
waardoor alles samenviel
wij waren meer dan goedin de repetitieruimte van mijn herinnering
is de waarheid overbodig -
Toekomstvol
vanmorgen nam ik mijn rups op
in gestreepte regelmaat
langzaam in segmenten voorwaartsminuten tuurde ik alsof het uren waren
tot het tijdloos overging
hij ontpopte niet liep rustig doornu zag ik al de vlinder terwijl
de dag nog echt beginnen moest
de toekomst liet zich kleuren(Met dank aan CB: http://www.dagdingen.com/
-
Doorzien
Nog een paar dagen, dan is ze jarig en dat laat ze merken.
‘Ik ben al bijna vijf hoor.’
Vrijwel meteen had ze een vakantievriendinnetje gevonden.
‘En Ellen heeft een zusje en dat zusje is gehandicapt.’
Ze zegt het met grote ogen, op een serieuze toon en met nadruk op gehandicapt.
‘Die zit in een rolstoel en kan niet eten en niet praten. Ik heb een tekening voor haar gemaakt.’
De link met haar broer lijkt ze niet te leggen.‘Mag ik de rolstoel duwen?’ vraagt ze de volgende dag in het toeristenplaatsje.
‘Weet je, jij bent ook gehandicapt’, vervolgt ze wijsneuzerig tegen haar broer.
‘Ja hoor. Weet ik’, antwoordt hij wat verveeld.Jammer, dat zij het nu ook weet.
