Alles chronologisch

  • Zoals ik was

    verveling hangt op de bank en
    staart licht uit het scherm
    in zijn eigen duistere hoek

    ik met de vaatdoek,
    de afwaskwast, de borden,
    de glazen, het bestek

    kom uit die hoek, kijk ik
    help hier eens mee
    en zie mezelf daar zitten

    de houding
    het gemak
    de wereld zo ver weg

    morgen ga ik opvoeden
    vanavond stil genieten
    reizend in mijn tijd

  • Da capo al fine (Take me to the bridge)

    gespannen de boog door
    in onvaste tweekwartsmaat
    onzekere stappen
    tonen het begin
    en steeds weer die boogbrug
    reikhalzend

    klankkast en snaren gevoelig
    bekers steken in de hoogte
    en maar schuiven
    maatwisselingen
    zwaar van steeds meer noten
    rust in stilte

    wonderlijk verwonderlijk
    reproductie reconstructie
    anders werk anders
    open koppen
    de stok omhoog
    nu nog wat vlaggen uit
    steeds bekwamer

    van het begin
    tot het eind

    Kunstwerk van Margarethe Broers. Foto: Joost Enkelaar.
    Kunstwerk van Margarethe Broers. Foto: Joost Enkelaar.

    Het gedicht is geïnspireerd op het kunstwerk op de foto. Het is gemaakt door Margarethe Broers en heet Geklonken Eerbetoon. Het is onderdeel van de kunstvaarroute Amersfoort 2013 en vormt een boog naar de muziekschool. Dit gedicht werd door de jury van de schrijfwedstrijd ’t Is een wonder -tevens thema van de kunstvaarroute- met een prijs beloond.
    Voor de puzzelaars: Er zit een kleine verwijzing naar Jan van Vlijmen in, componist en eerste directeur van de muziekschool.
    Een kort filmpje van het kunstwerk staat hier.
    Bibliotheek Eemland heeft het gedicht met een reactie van de kunstenaar geplaatst, daar is ook het winnende verhaal te vinden. Klik hier.

  • Doorleven

    Wie ben jij, vraag ik.
    Ik ben de dood, maar wees gerust
    ik ben hier niet voor jou.
    Waar wacht je op?
    Ik wil weer eens een goed gesprek met wat
    wij het leven noemen.
    Hoe laat zal het leven arriveren?
    Ach, wie weet zij is niet zo stipt
    niet zo stipt als ik. De kans dat jij
    het leven mist is misschien wel
    aan de orde.
    Jammer, beste dood zo jammer
    net nu mijn vriendin aankomt
    mis ik straks het leven.
    Je vriendin zeg je,
    je zie het niet
    ach een mens kan zich vergissen.

  • Samenhouden (2)

    vandaag pak ik mijn botten bij elkaar
    en span mijn huid eens extra aan
    niet knellend strak maar rimpelloos
    ik houd mijn buik wat in

    mijn blik allang vertroebeld dan
    treed jij plotseling naar voren
    door herinnering geleid
    vroeger denk ik vroeger

    je geur je stem je huid
    je ogen die maar stralen
    je handen die mij raken
    de bewegingen van ooit

    zo dans je in verstilde pas
    mij de toekomst in en jij
    laat mijn bloed weer stromen
    op het ritme van jouw hart

  • Voortploegen

    ‘Er zit zand aan mijn wielen!’
    ‘Hou je handen maar op schoot, dan worden ze niet vies’, antwoord ik.
    De tuimelwieltjes van de rolstoel zijn ingeklapt, zo trek ik hem achterovergekanteld en achterstevoren over het strand.
    ‘Zal ik helpen?’ wordt me verschillende keren aangeboden. Er zijn genoeg welwillende mensen mee, die hij kent. Allemaal familie van ons.
    Ik sla de hulp af, want als we hem samen langs de vloedlijn trekken kan ik niet goed voelen of de rolstoel omkiept. Daarnaast overvalt me soms de irreële drang om te normaliseren. Gewoon maar een vader die zijn zoon over het strand sleept.
    De wielen vormen slingerende gleuven in het zand.
    Eén van ons spoort niet, maar ik blijf mijn best doen.

    ‘Bijsluiter’ Bijna non-fictie