ik daar fietsend op de Langegracht
(niet te water, maar zo heet de straat)
jij lopend in een zomers bloot gewaad
keek ik niet uit wat ons in botsing bracht
een wrange glimlach toonde jouw gelaat
verbaasd was ik want toen had ik verwacht
een schelden vloeken tieren voortgebracht
door jou in pijnlijk meer dan boze staat
nu jaren later zijn we lang getrouwd
en leerde ik jou steeds wat beter kennen
zo raakte ik vol tegenzin vertrouwd
met zaken waar ik nooit aan wilde wennen
had iemand nu een tijdmachien gebouwd
ik keerde terug om heel snel weg te rennen

Geef een reactie