samen liepen we langs het hek
op weg naar strijders met hun schilden
zwaarden dolken bijlen
‘we passeren de tijdspoort papa
terug naar lang geleden’
de middeleeuwse boerderij rook naar vuur
dat binnen op de stookplaats brandde
we zagen uitgedoste mensen
wol vervilten ijzer smeden
hij had alles snel gezien
want geduld is niet zijn sterkste punt
‘en nu weer terug naar nu’
net voorbij de uitgang zag ik haar
lang was ze langer dan de meeste vrouwen
even dacht ik aan een figurant
in middeleeuwse kleren
een jurk tot op haar enkels
haar haren onder een hoofddoek
een mooie vrouw in strakke kleding
en tegen de kinderen naast haar
sprak ze lieve woorden
deze westere vrouw in chador
‘papa we zijn weer in het nu’
hoorde ik hem zeggen
en ik wist niet wat ik denken moest
Geef een reactie