Ik dobber op het water, in de gracht en
bij de basis van de toren. Goed geaard
dit fundament van een geloof, aanvaard
door mensen met wat andere gedachten
dan ik, die meer op feit dan fictie vaart.
Die na zijn dood maar weinig te verwachten
heeft, en toch het vertrouwen weet te achten
dat een mens in Kerk en God bewaart.
Zo kijk ik van de waterlijn omhoog
en lees de lange regels oude stenen.
Ik zie de nis waar net een duif wegvloog.
Vliegt hij een olijftak zoekend heen? En
dan merk ik: God die eventjes bewoog.
Het huis verworpen, heilig nooit verdwenen.
Geef een reactie