Emma

‘Mes felicitations,’ probeer ik te zeggen, maar bij het eerste woord struikel ik al.
‘Bonjour. Merci, merci. Ça va?’
‘Ça va bien. Et vous, les nouveau grandpères?’
Misschien spreek ik klinkklare onzin. We lachen opgewekt naar elkaar. Mijn winkelwagen is nog leeg en binnen twintig minuten moet ik weer buiten zijn. Straks staat er een dochter op het schoolplein op mij te wachten. Haast dus, maar ook twee grootouders in een vreemd land in een vreemde winkel. Ik zie het boodschappenlijstje. Franse woorden, waarvan ik de helft niet herken en van de woorden die ik wel herken weet ik nauwelijks de vertaling.
De ouders van mijn buurvrouw. Hartelijke, aardige mensen. Ver van huis, maar dicht bij hun dochter en haar gezin.
‘Et les vacances?’ vraag ik.
‘Oui, oui. Très bien, très bien et vous?’
‘Nous avons allez au Florida.’
Weer lachende gezichten, maar geen teken van herkenning.
‘Au Estados Unidos,’ probeer ik.
Nee, dat is Spaans.
‘Au Amérique, les estates unité,’ ik raak steeds meer verstrikt in mijn uitleg.
‘Ah l’Etats-unis, le Floride!’
De hernieuwbakken opa draait zich naar zijn echtgenote en lijkt mijn hele vakantie in zijn eigen taal aan haar te vertellen. Zo herinner ik mij de Fransen uit onze vakanties. Ze hebben aan één zin genoeg voor een heel verhaal.
‘Je doit que acheter mon euh, euh,’ ik wijs naar de winkelwagen, ‘parce que ma petit fille est dans l’école et c’est presque fini.’
‘Bien sûr.’
We nemen afscheid. Ik zie hoe zij zich buigen over hun lijstje, hoe ze koelingen en schappen induiken en met een onderzoekende blik de inhoud en de etiketten van de verpakkingen aftasten.
In de gangpaden kom ik ze nog een paar keer tegen. We knikken en lachen.
‘C’est dûr, non, les euh,’ en in pantomime vul ik mijn kar.
‘Oui, très dûr.’
Terwijl ik bezig ben, schieten flarden van chansons door mijn hoofd. Vrolijk klinkende nummers, die misschien niet vrolijk zijn. Steeds meer franse woorden stromen mijn geheugen in. In gedachten spreek ik foutloos Frans met ze.
Bij de broodafdeling kom ik ze weer tegen.
‘Où est le pain complet?’
‘Pardon?’
‘Le pain complet.’
Compleet brood, denk ik. Geen half werk, geen half brood, maar compleet brood. Ik lees de woorden op zijn lijstje. Ik lees de vragen in zijn ogen. Deze vreemde winkel, dit vreemde land.
Volkorenbrood.
‘Avec les grains?’ probeer ik
‘Ici,’ en ik wijs een tarwebrood aan.
‘Mais ici aussi,’ dan bedenk ik dat teveel keus misschien te overweldigend is.
‘Je pense que cette pain est bien,’ knik ik terwijl ik mijn beste franse intonatie aan de woorden meegeef.
Weer een brede glimlach. Ik lach breed terug.
Na de boodschappen haast ik me naar het schoolplein.

Een paar weken later zit ik met ons nieuwste buurmeisje in mijn armen.
‘Bonjour, je suis le voisin,’ denk ik.
‘Comment, ça va?’
Ik denkklets haar de oren van het hoofd. Ze zwijgt. Natuurlijk zwijgt ze. Ze slaapt. En ik spreek mijn beste Frans in jaren.


Geplaatst

in

Tags:

Reacties

Eén reactie op “Emma”

  1. Iwan avatar
    Iwan

    Haha! Top geschreven, ik voel helemaal met je mee, herkenning alom (van vroeger), onderussen wel vloeiend Frans sprekend… Want ja, ik moet wel..

Laat een antwoord achter aan Iwan Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *