No questions asked

‘Toen ik op school zat was ik de beste in touwklimmen. Ik was het snelst boven en weer beneden.’
Ik denk dat hij dit zegt. Mijn Engels is redelijk, maar verre van volmaakt. Hij kan niet ouder dan veertien jaar zijn geweest, daarna heeft hij de school gedwongen verlaten. Het is een rekensom, die ik zelf maak met de informatie die ik al heb.
Ik denk terug aan mijn schooltijd en de gymles. Ik kwam nauwelijks omhoog in het klimtouw en naar beneden gleed ik zo snel, dat er blaren in mijn handen stonden.
‘Je zult wel van die pijnlijke hoe heten ze ook alweer in het vel van je handen hebben gehad.’
Ik weet het Engelse woord voor blaren niet meer.
‘Ja, van de hele school. Het snelst naar boven en naar beneden.’
Allebei spreken we Engels met ons eigen accent.

‘Je moet je gehoorapparaat indoen!’ schreeuwt zijn vrouw vanuit de keuken.
‘Zijn ene oor was al doof vanuit de oorlog, maar nu gaat zijn andere oor ook achteruit,’ vervolgt ze in het Nederlands tegen mij.
Tante en aangetrouwde oom. Zo’n twintig jaar leeftijdsverschil.
‘Ik ben veertig jaar getrouwd met die vrouw en nu wil ze opeens dat ik naar haar luister,’ zegt hij opgewekt.

Hij heeft de gave om onze kinderen op hun gemak te stellen, ookal spreken zij geen woord Engels en hij nauwelijks een woord Nederlands.
Telkens als we ’s avonds na het eten naar onze huur Condo rijden, wordt er opgewekt gezwaaid door geopende autoraampjes en danst hij met brede armgebaren als een soort trekpop zonder koordje, over zijn oprit. Een lange slanke man, die zijn leeftijd goed weet te maskeren.

Ik ken zijn verleden op hoofdlijnen, uit boeken, documentaires en verhalen. De geschiedenis van anderen, die ook zijn geschiedenis is. In flarden heb ik voorvallen gehoord, uit zijn leven voordat hij naar Amerika ging. Over een tocht bijvoorbeeld, waarbij hij zijn broer op zijn rug meenam. Zijn broer stierf. Vlak voor of net na de bevrijding uit het concentratiekamp. Ik weet het niet precies, anderen vertelden het.

‘Van de hele school de snelste, zelfs van de oudere jongens. En ze vertelde mij daar ook het verhaal van de broers Fin en Hun. Die kregen ruzie. Fin stichtte Finland en Hun stichtte Hungary. Dat vertelde ze op school. En weet je, dat was een grote ruzie, want ze verstonden elkaars taal voorgoed niet meer.’
Hongarije, ik vraag me af of hij nog wel eens Hongaars spreekt. Het is één van de vele vragen die ik hem niet stel.

‘Help je me nog herinneren dat ik de grill schoon moet maken, morgen?’
Het is onze standaardgrap sinds de dag dat we hamburgers van de gasbarbecue hebben gegeten.
‘Ja morgen zal ik je eraan herinneren dat je de grill moet schoonmaken.’
‘Mooi, dan doe ik het vandaag niet.’

Elke avond eten we bij ze. Rijke maaltijden, met rijke verhalen. Over zijn tijd bij de luchtmacht, zijn ontmoeting met zijn vrouw, hoe hij haar voor zich won en het wonen in Florida.
Als we aan het eind van de avond naar onze auto lopen komt hij achter ons aan.
‘Ken je dit botje?’
Hij poetst de resten vlees van een dun y-vormig kippenbotje.
‘In Hongarije mochten de kinderen ieder aan een uiteinde trekken en een wens doen. Van degene die het langste botje lostrok, zou de wens uitkomen.’
‘Nee, dat ken ik niet,’ antwoord ik.
‘Ik deed het vaak met mijn broer. Je wist nooit wie het langste botje trok.’

Jongens die nog wat te wensen hadden.

Niemand trekt aan het botje.

De autoraampjes gaan weer open, er wordt gezwaaid en geroepen. Hij danst heen en weer op de oprit.
Ik staar in het licht van de koplampen. Toch zal ik eens doorvragen.
Morgen.


Geplaatst

in

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *