Eenmaal bovenaan de berg gekomen
keek ik op de drukke straten neer.
Auto’s reden doelloos heen en weer.
Kanalen vol van vreemde stromen.
Zo staarde ik een tijd naar het verkeer.
Langzaam ging het kijken door naar dromen,
werden straten beken, huizen bomen.
Natuur kwam op. De stad bestond niet meer.
Grote vogels zweefden in de lucht,
marmotten speelden zonder angst. Tevreden
slaakte ik van pure vreugd een zucht,
wist: Natuur heeft veel te lang geleden.
Wakker schrok ik. Uit mijn maag gerucht.
Om te eten ging ik naar beneden.
Natuurdrang
Tags:
Geef een reactie