Gedichten


  • Ik herdenk de mensen die bleven staan

    Ik herdenk de mensen die bleven staan
    tegen onrecht, tegen onderdrukking in.
    Hier herdenk ik de mensen, gewone
    mensen die steeds bleven staan.

    Die bleven staan met kloppend hart
    en zich niet lieten raken door haat,
    door geweld, maar in het volle leven
    steeds voor ons bleven staan.

    Ik herdenk de mensen die bleven staan
    voor de ander en de ander voor hen,
    die niet zozeer kozen te vechten, niet bogen,
    maar beschermden wat waardevol was.

    Die mensen die opgepakt en weggevoerd,
    beschoten of adem benomen, geslagen
    en toch bleven staan, de mensen die
    bij bommen en kogels steeds bleven staan.

    Ik herdenk de mensen die bleven staan
    voor mij, voor ons en de toekomst.
    Ik herdenk hen die nooit echt zijn gevallen,
    want zolang ik herdenk, blijven zij staan.

    (Voorgedragen bij het herdenkingsconcert van de Gemeente Amersfoort op 4 mei 2023.)


  • Onhoudbaar

    Echte liefde komt in zoveel vormen.
    Tussen mens en mens en soms wat meer.
    Los en vast, in rustig weer en stormen,
    ware liefde blijft het zondermeer

    Echte liefde toont zich zonder oordeel.
    Ziet een ander die zichzelf mag zijn.
    Kwetsbaar voelen als een prachtig voordeel.
    Uiting, zonder schaamte, zonder pijn.

    Soms komt in liefde ook een dieper haten,
    een roedel wolven sluw in schapenvachten,
    die enkel valse woorden kunnen blaten.

    Het Woord misbruikend en de mens verachtend,
    hebben zij hun Heer allang verlaten
    en weten zelfs de liefde te verkrachten.


  • Kersttijd

    Op de brug van Deventer,
    het lage hek,
    de trage rivier die hier
    riep, kom hier en ik die liep
    in het donker naar de overzijde.

    Op die brug naar Deventer,
    de trage rivier
    en ik, het lage hek. Het bange
    verlangen om in die roep
    zachtjes met de stroom mee weg te glijden.

    Op de brug naar Deventer,
    het lage hek,
    de trage rivier die riep en ik
    die liep. Mijn duister en de brug, die mij
    langzaamaan de stad liet binnenleiden.

    Op die brug naar Deventer,
    de trage rivier,
    het lage hek, de roep. Mijn blik
    gericht op een plek, zo warm verlicht.
    Op pad was ik, die met zichzelf bleef strijden.

    Op de brug naar Deventer,
    het lage hek,
    de trage rivier die hier
    onder voetstappen zijwaarts liep
    en riep. Ik streed, maar liet me niet verleiden.


  • Al-tijd wekker

    Voor M. en zeker voor I., die nooit meer weg te denken valt.

  • Nooitpunt

    (naar een paradox van Zeno)

    Als ik aftel vanaf acht,
    acht dagen vanaf nu,
    dan zijn er op de vierde dag
    vier dagen nog te gaan.
    Ben ik op die vierde dag,
    is dat twee maal twee.
    Zo halveer ik in gedachten
    steeds opnieuw mijn afteltijd.

    Naar één dag, naar een half,
    naar een kwart en naar een achtste.
    Naar secondes en nog kleiner.
    Eindeloos halverend blijf ik weg bij nul.

    Zo lijkt elke afstand in de tijd,
    halverend onbereikbaar.

    Want onbereikbaar is mijn doel,

    opdat jij straks nooit
    exact een jaar geleden
    van ons weggegleden bent.