Gedichten


  • Bedraden

    de vloer ligt breder uitgespreid
    dan zij hier lag en de bureaus
    verhullen geen afwezigheid

    terwijl haar geboortedag verglijdt
    steek ik de kaarsjes aan die
    ze nooit meer uit zal blazen

    straks sluit ik de deur en
    zal hier niet meer komen
    toch laat ik haar niet achter

    want we kruipen naar
    een volgend jaar en spinnen
    herinnerend de draden

    van een cocon waarin zij
    veilig wachten kan om
    steeds weer uit te vliegen

    (In memoriam I. van G.)


  • Toekomen

    twee bomen in het weiland
    waar najaar het laatste
    blad heeft afgeworpen

    de kruinen naakt
    en zonder schaamte
    elkaars takken zachtjes tikkend

    een warme streling voel ik
    in de kou en in dit lege veld
    zo dicht op afstand nabij

    soms zit liefde niet
    in een stille tred maar
    in het uitreikend neigen
    naar elkaar

    Twee bomen in een weiland
    Foto van Remko Schotsman (It takes two to tango.)

  • Na het Kerstmaal

    over weggesleten wegen
    rijd ik regen tegemoet
    terwijl kind en vrouw voldaan
    in vermoeidheid blijven zwijgen
    vermoed ik dat de wissers
    het vuil van vorig jaar
    naar volgend jaar toe wrijven

    zo blijven voornemens gevangen
    in die vage blik naar voren
    met het liefste om mij heen
    en dit vege teken in de tijd
    rijd ik naar mijn oude plek
    om telkens te verzuipen


  • Verduren

    Zo tegen eindejaar wens ik
    iedereen in wederkeren:
    Welbehagen, gezondheid, zegen
    en wat vrede, vooral die vrede.

    ‘Een toekomst vol van winterspoken,’
    fluister jij, ‘maar geen nacht houdt stand.’
    Je warme glimlach biedt me hoop,
    en zeker liefde, vooral de liefde.

    Ik mis in hoop en liefde een geloof,
    maar in jouw glimlach vind ik
    alle ankers in momenten terug om
    te verduren, vooral dat verduren.


  • Niemand

    Niemand die zo naar me kijkt,
    dat ik langzaam naar je toe kruip.
    Niemand die zo uit wil reiken.
    Laat dit maar voor eeuwig zijn,
    hoe ik hier met jou verdwijn.

    Niemand die me zo omhult,
    als een deken om me heen slaat.
    Niemand waar ‘k me zo vervuld weet.
    Laat dit maar voor eeuwig zijn,
    hoe ik hier met jou verdwijn.

    Een storm steekt op, een brand breekt uit,
    maar jij en ik zijn veilig hier.
    Vulkanen spuwen vuur voluit,
    maar jij en ik, zo veilig hier.

    Niemand die zo naast me ligt,
    wachtend om ook mij te vinden.
    Niemand kan me zo verlichten.
    Laat dit maar voor eeuwig zijn
    hoe ik hier in jou verdwijn.
    ——–
    Geschreven naar aanleiding van de thema opdracht door Musonius op het forum van Schrijven Online waar ik regelmatig een stukje aandraag.
    Deze tekst is geschreven op de melodie van Something van the Beatles.