in de kapel de kist
de deksel net gesloten
daaronder de man met de baard
de ingevallen wangen
een bril voor zijn gesloten ogen
een beeld van wie hij niet meer was
nog geen dertig mensen
familie en helpende handen
de vriend die meer een kennis was
heeft een kaartje gestuurd
griep hindert de laatste groet
een dominee die koster heet
zijn lever, zijn longen
zijn slokdarm, zijn hart
zijn hang naar gezelligheid
maar geen talent om dit te bieden
sigarettenrook en alcohol
zelfs de televisie stond op zwart
een oude man op jonge leeftijd
de beperking van de wereld
die hij nooit begrepen heeft
na afloop koffie en een broodje
een afspraak voor de familiedag
zijn as in urn komt bij zijn ouders