Gedichten


  • Het volle nest verlaten

    je kunt wel weggaan maar je sporen
    zal ik blijven vinden in uitgesleten treden
    de deurklink waar ik je handdruk
    voelen zal de woorden die we spreken
    in van jou geleende zinnen zo vaak
    dat we vergeten zijn ze ooit geleend te hebben

    je kunt wel weggaan maar je aanwezigheid
    zal ik achter elke dichte deur vermoeden
    in een stilte zal je blijvend werk verrichten
    zonder dat jij een gedachte zal verplaatsen weet ik
    dat alles wat we als vooruitgang voelen
    al door jou in richting is gezet

    je kunt wel weggaan naar een heel ver land
    misschien een ander huis of wie weet
    slechts een straatblok verderop en toch
    zal je niet uit dit gebouw verdwijnen want
    ik zal ze vertellen over wie jij bent zodat
    je ook mee verhuizen zal als we ooit vertrekken

    je kunt wel weggaan uit dit volle nest
    van vreemde vogels opgevoed met zorg
    en aandacht een vermaning op zijn tijd
    die in voorbeeld vliegen leerden op hun eigen kracht
    je kunt je vleugels uit gaan slaan en wegwieken
    op de warmte van vertrouwen: dit volle nest staat sterk


  • Ook voor mij

    over het algemeen
    let ik niet op de fijne haartjes
    die zich weigeren te voegen
    naar de banen van je wenkbrauwen

    ik let nauwelijks op de richting
    van de wortels waarin je kruin
    je kapsel dwingt en de krullen
    die ondanks wind nooit hun vorm verliezen

    de fijne lijntjes langs je mond
    die wegtrekken of verdiepen
    op de golven van de lach die ik jou
    zo vaak heb proberen te ontlokken

    het verwijden van je pupillen
    als jij dichter bij me komt
    de smalle adertjes in je oogwit
    de donkere vlekjes in de kleur

    ik zie hoe jij je eigen gang gaat
    en daarbij weet ik zeker dat
    jouw keuzes tegen alle krachten in
    tot op elk detail de jouwe zijn


  • Verhul ons

    leid me terug naar waar ik was
    zag hangen, wij samen
    onthuld tot enkel kleren
    samen aan de lijn

    leid me terug naar stromen wat-
    er langs het oude huis
    waar we samen zo ver-
    drinken konden

    behoed me voor het vallen
    van het duister voor de doven-
    de zon die nauwelijks schijnt
    te luisteren naar mijn beden

    breng me steeds weer om-
    hoog met jou en pas
    ons terug in levende lijven
    leid me terug naar waar ik was

    Naar aanleiding van een weekopdracht op www.schrijvenonline.org om aan de hand van een afbeelding te spelen met het afbreken van zinnen.


  • Onderweg

    soms verbeeld ik in de schemer
    hoe jouw fluisterzachte zuchten
    mij vertellen wat je eigenlijk
    verhullen wilt

    nauwelijks hoorbaar toch aanwezig
    alle adem geef ik vorm
    ik denk jouw zorgen en je hoop
    tot stille woorden om

    en verdwaal in vroeger
    dat moment toen je aansloot
    op mijn zinnen
    nu verhalen lang geleden

    hoe jij in blikken
    alles zeggen kon en nog
    alles weet te zeggen zodat
    ik werkelijk horen kan

    je draait je woelt niet eens
    en glimlacht in je slaap
    ik verdenk de net bepaalde woorden
    tot angstig anker aan je vast

    mijn doel gevonden nooit bereikt
    samen altijd onderweg


  • De Cybernaut

    De Cybernaut, hij gespt zijn gordel om
    en kust zijn liefje innig op haar mond.
    Hij kijkt nog eenmaal zwijgend in het rond.
    Tot slot een groet, een lach, een kom weerom.

    De bril gaat op. Hij start, schiet van de grond
    omhoog en vliegt naar duisternis rondom
    hem heen. Van bits en bytes een optelsom,
    een sterrenhemel die hier nieuw ontstond.

    Zo reist hij door een ruimte onbestaand.
    Gaat steeds maar verder en het lijkt zo echt,
    dat hij zijn zinnen tot de orde maant.

    Maar tast en beeld en horen blijken slecht
    zijn raad te volgen. Wetend dat hij waant
    en strijdt, verliest: dit levensecht gevecht.