Gedichten


  • Meander

    het water lust zichzelf een weg
    en vormt een lint van groene oevers
    met hier en daar een kade
    vormt de vreemde kronkels in het land
    loopt langs parken aangelegd
    langs gebouwen pas verrezen

    het water lust zichzelf een weg
    drijft het leven tot nieuw leven
    kabbelt met de stromen mee
    weet niet van de zieken
    die met uitzicht op het water
    de lussen in hun leven zien

     

    (Meander is naast een rivierloop ook de naam van het ziekenhuis in Amersfoort.)


  • Uitgesproken (2)

    regelmatig denk ik
    aan hen die stierven
    aan hen die kozen
    maar vooral
    aan de gekozenen
    die tegen kogels
    bomscherven, mijnen liepen
    tegen al het puin aanliepen
    door oorlogen verspreid
    tegen woord en daad
    en daders
    dan hoor en lees ik in mijn peinzen
    de echo van de woorden
    die uit vervlogen tijden
    opvallend eigentijds weerklinken

    op 4 mei ben ik even stil
    en zwijg tegen alle krachten in
    probeer me niet te laten leiden
    door de woorden die
    vanuit gestorven monden
    toegeëigend worden
    want geen slachtoffer
    kiest te sterven
    om herdacht te worden
    als dode met een bedoeling
    anders dan in eigen vrijheid
    te kunnen leven


  • Los verband

    de tijd dat jij aan mij en ik aan jou
    monden passend op elkaar
    waardoor echte woorden
    nog geen ruimte kregen
    de tijd dat wij in bed
    van loslaten nog niets wisten
    lopend hand in hand
    of beter strak omarmd
    die tijd is stilaan doorgegaan
    naar hoe wij zitten op de bank
    door kinderen uiteengedreven
    maar nog steeds verstrengeld
    van een afstand
    minstens net zo gek als toen


  • Begraafplaats

    ach, de dood, hij wandelt niet graag rond
    over deze mooie paden
    langs de graven en de urnen
    van hen die hij toch allen kent

    hoor het knarsen onder voeten
    bij de korte stappen voorwaarts
    luister het gefluister over leven
    lees de toekomst uit
    een verleden
    in de beelden die we bij ons dragen

    praat vrolijk tegen ‘t ruisen van de bomen in
    plant verdriet als monument
    ja, stem de kinderen tot vrolijke gedachten
    want de dood, hij wandelt niet graag rond
    tussen hen die hierheen komen en daarmee
    zij die stierven steeds in leven houden


  • Aanzetten

    hier volgt een regel wit om na te denken

    weg te dromen
    boom en bloem en weidse velden
    en zomerzon natuurlijk
    dan jij
    en vanuit de verte komt
    van wie je houden wilt of al te houden weet
    in op jouw gepaste vaart
    om je verder niet te storen
    verlaat ik dit gedicht