Gedichten


  • Iemand zijn

    Iedereen weet dat het iemand is
    die al scannend boodschappen doet
    en altijd weer de steekproef krijgt
    om zo een systeem te controleren

    Iedereen weet dat het iemand is
    die zijn hamburger bij een zuil bestelt
    en zijn order nooit gereed ziet staan
    om zo een betaling uit te testen

    Iedereen weet dat het iemand is
    die het klepje telkens iets verschuift
    van de schijnwerper naar de maan
    om zo opnieuw kwartier te maken

    Iedereen weet dat het iemand is
    die ’s nachts zijn bed uitgaat
    en de aarde steeds een zetje geeft
    om zo het draaien door te zetten

    Iedereen weet dat het iemand is
    die mijzelf in hem verstopt heeft
    en die ik graag nog eens ontmoet
    om zo iemand eindelijk te snappen


  • Kleedjesmarkt

    Kleden liggen uitgespreid
    langs wat straten, op wat pleinen.
    Uitgewaaierd over lijken, lege levens
    waar geen cent voor wordt gegeven

    Aangeschoten zwermen troepen,
    net volwassen, nu al dronken
    van hun macht of machteloze mensen moe.
    Resten, rommel, stukken wanhoop.

    Onze vrijheid toont zich op een kleed
    waar het waardeloze waarde krijgt.
    Onderdrukking houdt een leven weg,
    dat in toekomst nog wordt afgerekend.


  • Bungeejump

    bovenaan de brug en kabbelend water
    beneden warm en vriendelijk
    de levende rivier

    rustig stroomt de toekomst
    om in weg te drijven
    veilig ruisend over eindeloze diepte

    enkel water om de val te breken
    kom maar fluisterend en
    wees niet bang want zelfs

    het zonlicht schijnt je toe
    en ik die spring verlang
    mezelf te zijn het hoofd naar voren

    los! schreeuw ik als vingertoppen
    oppervlakte raken
    tot die navelstreng als elastiek

    gewichtloos blijf ik even hangen
    angst zit niet in springen meer
    in twijfel wanneer zelf eens los te laten


  • Sleutelkind

    Er schuilt een kind in mij
    Bang is hij en klein en zo verdrietig
    Hij jengelt dwars door mijn negeren heen
    Vertrap ik hem, keert hij weer terug
    Ik drijf hem steevast in zijn hoek
    Die stomme, domme, kleine jankerd
    Bange sukkel, aandachtstrekker

    Er schuilt een huilend kind in mij
    Onhoorbaar luid, zo luid
    En huilt maar door onafgebroken
    Hoe doof ik me ook houd van binnenuit
    Dit huilen jarenlang al meegekregen
    Komt nergens in mijn ogen uit
    Laat mijn mondhoek niet meer trillen

    Er schuilt een kwetsbaar kind in mij
    Dat juist voor mij niet weg wil vluchten
    Zit hij wankel in een hoekje nietig
    Wachtend om zijn hart te luchten
    Hoe kleiner ik hem houd
    Hoe groter hij zich toont
    Een kind dat enkel schuilen wil

    Er schuilt als mij een kind in mij
    Bang is hij en klein, maakt mij verdrietig
    Ik zou hem toch eens moeten zoeken
    Ik zou hem toch eens troosten moeten
    Ik zou hem eindelijk eens moeten tonen
    Als mij en hij zou mij, mij ook
    Maar bang ben ik en klein en te verdrietig


  • Kreukelzone

    niet knarsend of piepend
    zelfs niet met een knal
    gewoon afslaan en stilstaan
    geen sleutel meer
    en alles gaat voorbij

    waarom wachten op de hulpdienst
    als je van de kaart af bent
    waarom terugkijken om te zien
    hoe je jong nog van het pad afraakte
    toen je koos om niet meer
    voor jezelf door te kunnen gaan

    waarom steeds de gordels om
    waarom steeds die banden strak
    waarom telkens weer verstikken

    waarom blijven hangen kennelijk bevalt