Burengerucht

Over de toppen van de bomen zie ik in de verte de kerktoren, die het centrum van de stad markeert. Ik staar vaak naar buiten. Ik zie het verkeer dat altijd in beweging is, vogels die voorbij schieten en de bomen die mijn zicht op de omgeving in de vaste cadans van de seizoenen verhullen en onthullen. De nacht biedt me een magische lichtshow.
Vandaag is het niets. De zon schijnt, het is warm en ik zou blij moeten zijn.
Toch. De afgrond.
Als ik dicht tegen de vensterbank aan ga staan, kan ik recht naar beneden kijken en zie ik een deel van de betegeling die langs de flat naar de bergingen leidt. Daar liep ik jarenlang vier keer per dag met de hond.
De vloer en de muren scheiden mij van drie andere appartementen. Boven mij is het dak. De buren schuin onder mij tel ik niet mee. Ik ken ze geen van allen. Alleen het echtpaar, dat met mij de hal van de lift deelt ken ik van gezicht en kort gekuchte groeten.
De balkonnen zijn ontmanteld. Betonrot, die een snelle renovatie noodzakelijk maakt en met excuses voor het ongemak. Voor eventuele vragen kunt u zich wenden tot … Brieven met mooie logo’s en in meerkleurendruk.
De dikke betonnen platen zaten met enorme bouten aan de woningen vastgemaakt, gedragen door twee steunen. Ook van beton.
Binnen drie dagen was het gelukt om de flat van zijn uitstulpingen te verlossen. Het plaatsen van nieuwe balkonnen zal meer dan twee weken duren.
De grond roept. Daagt uit.
Kom dan!
Spring dan!
Durf eens!

Ik schuif het raam open. De wind slaat naar binnen. Ik steek mijn hoofd naar buiten. Als ik zou springen, zouden ze me niet kennen. Er is niemand die me kent. Niemand. De flat is te groot. De stad is te groot. Mijn vaste gezelschap is overleden. Het is tijd voor actie.
Ik trek mijn hoofd terug.
De buurt zal me leren kennen. Mij nooit meer vergeten.
Ik loop naar de gang, schuif de voorgoed verlaten hondenmand opzij, open de kast en pak de rol, die al jaren ongebruikt ligt te wachten op noodgevallen. Dan ga ik naar de keuken. Daar is de balkondeur. Op slot en aan de buitenkant afgezet met plastic rood-wit gestreept lint. Ik draai de sleutel om, open de deur en duw hem door het lint heen. Het plastic rekt op. Rood kleurt naar oranje, naar wit en knapt. Bijna tuimel ik voorover, maar ik grijp me vast aan de post. Nu nog niet. Straks.
De geluiden van de straat lijken door het gemis van een barrière luider naar binnen te dringen. De uiteinden van de rol bevestig ik aan de verwarmingsbuis. De rest gooi ik de lucht in. Op de drempel haal ik diep adem. Ik kijk naar beneden. Daar liep ik met de hond. Mijn gezelschap. Mijn verbond met het leven.
Heel even duizelt het voor mijn ogen. Voorzichtig keer ik mijn rug naar de wereld, mijn blik de keuken in. Ik schuifel naar achter. Weer grijp ik de deurpost vast.
Dan stap ik op de eerste tree van de touwladder.
Bij iedere keukendeur zal ik aankloppen.
Ze zullen me leren kennen.


Geplaatst

in

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *