Dwalingen

Toen Dmitri Orlov na het verlaten van het station de straat op stapte, waren zijn gedachten nog volop bij de reis die achter hem lag en was hij nog geen halve seconde verwijderd van de aanrijding die hij niet zou overleven.

‘Dimka, u krijgt de taak om af te reizen naar de familie om deze brieven persoonlijk te overhandigen.’
‘Zal ik mijn uniform aantrekken of in burgerkleding gaan, Vlad?’
‘Dat laat ik aan u over. Ik denk dat het goed is om dat ter plekke te beoordelen. Tijdens de reis kunt u in burger gaan.’
Het tekende de sfeer tussen de collega’s. Ze noemden elkaar bij de voornaam, bij de verkleining daarvan zelfs, en hielden tegelijkertijd de beleefdheidsvorm u aan.
‘Dimka, het zal uw laatste tocht zijn.’
‘Ik weet het.’
Dmitri had zijn hele werkzame leven in dienst van de staat gesteld. Hij had veel wetsovertreders, waaronder moordenaars en elementen die zich tegen de veiligheid van de samenleving hadden gekeerd, opgepakt. Zijn eenheid had speciale rechten, waarvan het gebruik schuurde tegen de bestaande wetten en in het geval van een gewone burger tot een gevangenisstraf of erger zou leiden. De mensen die door dit elitekorps aangehouden werden, eindigden vrijwel altijd op een executieplaats. Het juridisch werk was van zo’n hoogstaande kwaliteit, dat de procesgang kort was en het vonnis vaak al binnen een week voltrokken kon worden.
Anderhalve week geleden hadden ze de seriemoordenaar, die jarenlang zijn gang kon gaan, weten op te pakken. Deze man had op de meest gruwelijke wijze jonge mensen, zowel vrouwen als mannen, om het leven had gebracht. En waarom? Omdat dat voor dit beest de enige manier was om zijn sperma naar buiten te werken.
Dmitri was trots op zijn land en trots op de bijdrage die hij kon leveren aan de stabiliteit van de maatschappij. Hij was blij dat hij onmensen zoals deze man op mocht sporen en voelde geen enkel medelijden bij zijn terdoodveroordeling, die vrijwel meteen voltrokken werd. En toch had juist deze zaak hem aan het denken gezet.
‘U bent toe aan uw pensioen. Er zijn weinigen die dat binnen ons soort werk halen.’
‘Ik weet het Vlad, maar die dag is nog niet aangebroken.’
‘Laat u niet bezwaren door uw gemoed, Dimka. U zet een misverstand recht, maar dat misverstand is niet door u of mij ontstaan. Het was zijn eigen gedrag dat dit uitgelokt heeft. Hij heeft zelf bekend.’

Nadat hij zijn koffer had ingepakt, draaide hij de schroefdop van de fles wodka, zette de hals aan zijn mond en nam een slok. De afwas stond opgestapeld op het aanrecht en in de wasbak. De aardappels in een pan op het fornuis, werden aan het zicht onttrokken door een dikke laag pluizige schimmel. Met de inhoud van de koffiepot schonk hij de plant voor zich op tafel bij.
‘Mijn pensioen,’ zei hij lachend tegen de stilte om zich heen.

De treinreis naar het dichtstbijzijnde plaatsje duurde twee dagen. Daarna zou hij met de bus nog drie uur onderweg zijn, voor het reisdoel bereikt was.
‘Als ik met de trein reis, zie ik steeds opnieuw de grootsheid van ons land,’ begon de reiziger tegenover hem zijn monoloog.
‘Kijk hoe de gebouwen de wildernis hebben getemd, hoe de mens zijn kracht heeft getoond.’
Voor zijn gevoel vuurde zijn reisgenoot twee dagen en een nacht de gesproken zinnen onafgebroken tegen hem aan.
‘Zie die bomen. Zie hoe ze naar de hemel reiken en bescherming bieden aan het leven onder hun bladerdek. Zo zorgt onze regering ook voor ons. Ze bieden ons bescherming en onderdak.’
Het enthousiasme waarmee de man sprak, bracht hem het geloof in zijn leiders bijna terug. Hij was het kwijtgeraakt en Vladimir wist het. Daarom had hij deze opdracht gekregen. Als hij loyaal aan de staat bleef, bleef de staat loyaal aan hem.
Bij iedere landschapswijziging wist zijn coupégenoot hem te wijzen op een vergelijking met de geneugten van de heilstaat. Met broodjes en grote slokken wodka wisten de twee mannen hun reis op een voor hen aangename wijze door te brengen.
Hoewel Dmitri weinig gesproken had, was hij gul geweest in het delen van zijn drank en zo verlieten ze elkaar als vrienden die wisten dat ze nooit meer contact zouden hebben.

Van de busreis kreeg hij weinig mee. De voorgaande dagen hadden hem zoveel energie gekost, dat hij vrijwel meteen na vertrek in slaap was gevallen en pas bij het eindpunt wakker werd.
Het dorp kwam op hem over als een spookplaats. De ramen en deuren van veel huizen waren met planken dichtgespijkerd, de gebouwen die over waren oogden klein en verwaarloosd. Een hotel was er niet en hij voelde ook geen behoefte om hier te overnachten. Met wat geluk kon hij het bezoek kort houden en zou hij de laatste trein terug naar huis kunnen halen. Het uniform kon in de koffer blijven, het zou teveel aandacht trekken.
De weg naar de ouders had hij snel gevonden. Achter de woning lag een klein stukje land waar een man bezig was met het wieden van onkruid. Dmitri liep door naar de deur en klopte aan. De deur wiegde mee met de slagen van zijn knokkels.
‘Wie is daar?’
‘Is dit het huis van Aleksandr K …,’ hij kreeg de kans niet om zijn zin af te maken.
Een oude vrouw opende de deur.
‘Heeft u nieuws over onze Sasja! Kom binnen, kom binnen. Vader, er staat hier een man met nieuws over Sasja!’
De moed zonk hem in de schoenen.
‘Wacht even met vertellen hoor, tot mijn man er is. We zijn zo benieuwd. Hij is al jaren geleden verhuisd en we horen niets van hem. Als een persoon als u hier komt in zulke mooie kleren, dan zal het hem vast goed gaan. Ga zitten, ga zitten.’
Een man schuifelde de kamer binnen. Dezelfde man die het onkruid aan het wieden was.
‘Nee, ik blijf liever staan. Dan kan ik straks de bus nog halen.’
‘Natuurlijk, natuurlijk. Vertel alstublieft. Gaat het goed met onze Aleksandr?’
‘Mevrouw, ik ben hier slechts om deze brieven te overhandigen.’
Dat was een leugen. In één brief stonden de officiële excuses van de partijleider voor de onterechte executie van hun zoon, in de andere brief zat een cheque ter compensatie van de geleden ongemakken. In gevleugeld taalgebruik hadden de tekstschrijvers van de president deze Aleksandr tot martelaar weten te verheffen. Gestorven voor een hoger doel. Het was zijn taak om de brief en de omstandigheden mondeling toe te lichten. Met het oppakken van de seriemoordenaar was ook de onterechte veroordeling van Aleksandr aan het licht gekomen, nu al twaalf jaar geleden. Deze mensen wisten van niets. Niets van een veroordeling. Niets van een executie. Zijn geloof in de heilstaat had zijn laatste houvast verloren. Hij kon zich er niet toe zetten om een toelichting te geven.
‘Wilt u echt niets drinken? U komt zo te zien van ver. Ik ben zo benieuwd wat hij te schrijven heeft. De reden dat u er speciaal voor komt is een teken dat het hem voor de wind gaat.’
‘Nee, dank u. Neem deze brieven aan. Ik moet gelijk gaan.’
‘Als u echt niet wilt, dan laat ik u gaan. U maakt mijn dag zo goed.’
Dmitri verliet gehaast het huis en meende niet lang daarna een ijselijke schreeuw te horen. Hij herinnerde zich de bekentenis van hun zoon. Woorden die door een mond vol bloed werden gefluisterd.

De terugreis duurde lang. Hij zag dezelfde landschappen voorbijtrekken als die van de heenweg. Landschappen die door mensenhanden steeds meer in verdrukking kwamen, kale plekken door erosie, mijnbouw en het afbranden van grote delen van het woud. Hij zag de lekkende pijpen van de olieleidingen, die langs grote delen van de rails mee leken te reizen. Hij zag zijn leven aan zich voorbijtrekken.

Bij het station stapte hij zwaar vermoeid uit de trein. Hij wilde zo snel mogelijk naar huis. Zijn gedachten waren nog volop bij de reis die achter hem lag. Hij stapte de straat op. Toen hij opzij keek naar de aanstormende auto, zag hij Vladimir achter het stuur zitten.
Als hij de tijd nog had gehad om te denken, zou hij zijn kameraad begrepen hebben.

 

 

Dit verhaal is fictie, maar vindt zijn inspiratie in de informatie over Aleksandr Kravtsjenko uit deze link


Geplaatst

in

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *