weemoeds nachtglans raakt mij aan
hangend in de lurven van de tijd
een ongedurig ritme
tik takke tak tik tik
luide beuken op de poorten
ondoordringbaar dikke lucht
centimeters kruipen in uren voorbij
open luiken traag vallend staketsel brak
water en ik zwemmend
op de onderstroom die loerend
dreigend zwijgt
onderduik ik adem benemend
en vlak voor het onderspit
schijnt in lange slierten haren
jouw glimlach in mijn gezicht
en weet me weer een poosje
van de dood gered
Geef een reactie