Hoe de liefde languit naast me lag:
Jij op de bank al scrollend je vervelen.
Het blauwe licht mocht jouw gezicht wél strelen,
waar ik vooral je schoonheid stralen zag.
Jij brak het scherm in resten van de dag
en wist het donker kort met mij te delen.
Je vingers gleden door je haren, spelend.
Ik keek je aan en was meteen van slag.
Voorzichtig zocht ik jou met klamme hand:
Laat ons niet zo onverschillig lijken.
In stilte schoof ik langzaam naar jouw kant.
Ik voelde armen gretig naar me reiken,
in onze warmte kwam iets nieuws tot stand:
Eén lijf, om onze rafels glad te strijken.

Geef een reactie