Het was warm en in het bos
was het drukker dan de straten.
Ik hoorde mensen hardop praten
en de honden liepen los.
Niemand had mij in de gaten:
Zachte stappen op het mos,
liep ik schichtig als de vos
die zijn schuilplaats had verlaten.
Schaduw viel uit blad en takken.
In de verte klonken weer
die vleugelslagen, in gemak en
de zwarte duiven streken neer,
lieten de olijfboom knakken.
Schuilen, dacht ik. Schuilen kan niet meer.

Geef een reactie