Zaterdag 15 maart 2025 zal ik tussen 14 en 16 uur mijn roman signeren bij boekhandel Riemer in Amersfoort.
Riemer plaatste het boek ook als tip op hun website: https://boekhandelriemer.nl/eiland/9789493343436/

Zaterdag 15 maart 2025 zal ik tussen 14 en 16 uur mijn roman signeren bij boekhandel Riemer in Amersfoort.
Riemer plaatste het boek ook als tip op hun website: https://boekhandelriemer.nl/eiland/9789493343436/

(voor Marlies S.)
Hooggevoelig zei je zacht
het kind dat jij beschermde brak
door de rimpels van je lach
vuurde twinkel in je ogen
zocht onbekommerd woorden
die jij tot diepe dichten vormde
Aan zoveel zinnen gaf jij toe
bundels zwaaiend tonend hoe
een flamboyant bestaan nog rijker
zwierde hoe je liep en sprak
hoe de kleding naar jou kleurde
een kwetsbaar schild zo tedersterk
Toen wij elkaar nog één keer troffen
je hardop naar mijn naam bleef
zoeken leek je in dat kind
weer teruggekeerd daar waar
je nu zelfs niet meer bent
te vinden
dit bed gevuld met hoop staat
opgesteld in kale kamer waar
felle lichten nauwelijks schaduw
geen gloren, stond of schemering
de monitor staat klaar
en toont in kleuren lijnen
van niet aangesloten meters
die uitgestrekt en vlak
een toekomst van mijn
angstbeeld tonen
zijn buik is een landkaart
van valleien en kraters
verhalen vol snijden
en hechten en helen
en wachten en wachten
zijn mond spreekt verwachting
in woorden vol grappen
verhullen de waarheid
want pijn krijgt geen zinnen
en wachten en wachten
zijn vel toont zich rustig
maar het woelen daaronder
lava in stromen en stollen
laat zich in banen niet leiden
en wachten en wachten
zijn slapen onstuimig
zijn dagen onrustig
het infuus drupt en drupt
op gloeiende plaatsen
een dokter begroet ons
en wachten en wachten
De gang klinkt als een winkelstraat,
waar mensen lachen en begroeten
alsof ze kennissen ontmoeten,
voordat men luid een deur dicht slaat
Hoewel het op die deur toch staat,
dat bloemen hier niet welkom zijn,
gonst het Nederlands refrein:
Zelf bepaal ik hoe het gaat.
Zo kijk ik door de smalle ruiten
vanuit de kamer, stil naar buiten,
hoor het leven op de gang.
Ik draai mijn blik en zie hem slapen.
Probeer mijn moed bijeen te rapen
en houd me voor: Ik ben niet bang.
jouw zieke buik met slangenkuil
waar bek aan staart en
staart in bek steeds verder
doorgang weggebeten lijkt
waar zomaar winterslaap
zich in elk seizoen kan vormen
of juist een wild krioelen leven
naar een doodse stilte leidt
waar gif zich mengt met
levenslust en waar mijn billen
samenknijpen maar de jouwe
juist weer uitgang bieden
grijp ik terug naar flauwe grappen
als bange poeperd naast jouw bed
ik hoopvol jij hoopgevend
juich ik hier voor elke scheet
ik ken de kamers de gesprekken
infusen slangen en alarmen
ik lees de schermen en hun lijnen
met gemak herken de geuren
de termen ken ik zelfs de blikken
van de artsen die het onraad
niet verraden willen de stappen
die ingehouden iets te snel
ik ken jouw ogen om te lezen
hoe je lichaam in beweging spreekt
of steeds de juiste woorden zwijgend
de halen van je adem ken ik ook
maar bij thuiskomst waar jij
vrolijk lachend leven gevend
ben ik even in verwarring
waar mijn angsten zijn gebleven
de vloer ligt breder uitgespreid
dan zij hier lag en de bureaus
verhullen geen afwezigheid
terwijl haar geboortedag verglijdt
steek ik de kaarsjes aan die
ze nooit meer uit zal blazen
straks sluit ik de deur en
zal hier niet meer komen
toch laat ik haar niet achter
want we kruipen naar
een volgend jaar en spinnen
herinnerend de draden
van een cocon waarin zij
veilig wachten kan om
steeds weer uit te vliegen
(In memoriam I. van G.)
twee bomen in het weiland
waar najaar het laatste
blad heeft afgeworpen
de kruinen naakt
en zonder schaamte
elkaars takken zachtjes tikkend
een warme streling voel ik
in de kou en in dit lege veld
zo dicht op afstand nabij
soms zit liefde niet
in een stille tred maar
in het uitreikend neigen
naar elkaar
